395px

Canción de guerra

Conorach

Krijgslied

Marcheren door de wouden, door moerassen en de heide.
Ongezien, maak geen geluid, we sluipen door het bos.
We naderen de vijand. Onze speren, onze bijlen,
getrokken in de aanslag voor de kom'de bitt're strijd.

De vijand heeft ons opgewacht, we staan nu oog in oog met hen.
We kunnen ze zien, ginds staan ze daar, ze zijn ons kwaadgezind.
Dapper zullen we strijden, vechten tot de laatste man
Glorie zal ons opwachten aan het einde van de strijd!

Schilden zullen breken en hun speren zullen versplinteren,
Bloed zal vloeien onvermijd, maar overwinnen zullen wij.
Botten zullen breken en hun schedels zullen versplinteren.
Bloed zal vloeien onvermijd, maar sterven zullen zij!

Chorus
Krijgers!
Ten strijde!

Valhalla wacht, op zij die dapper zijn,
Op zij die moedig zijn, bevrijd van angst.
Wees dapper en vecht! En mocht gij sterven,
Opdat wij ons ooit wederzien in Wodans Gouden Hal. Chorus x 8

Canción de guerra

Marchando por los bosques, por pantanos y la llanura.
Sin ser vistos, sin hacer ruido, nos deslizamos por el bosque.
Nos acercamos al enemigo. Nuestras lanzas, nuestras hachas,
en posición para la amarga batalla que se avecina.

El enemigo nos ha esperado, ahora estamos cara a cara con ellos.
Podemos verlos, allí están, nos desean mal.
Valientemente lucharemos, pelearemos hasta el último hombre.
¡La gloria nos espera al final de la batalla!

Escudos se romperán y sus lanzas se astillarán,
sangre fluirá inevitablemente, pero nosotros venceremos.
Huesos se romperán y sus cráneos se astillarán.
Sangre fluirá inevitablemente, ¡pero ellos morirán!

Coro
¡Guerreros!
¡A la batalla!

Valhalla espera, para aquellos valientes,
para aquellos valientes, liberados del miedo.
¡Sé valiente y lucha! Y si llegaras a morir,
para que nos volvamos a encontrar en el Salón Dorado de Wodan.

Escrita por: P. Den Drijver