Jane la Tarzane
Au sommet d'un grand baobab,
Une fille formidable
Est en train de faire la sieste.
Et tout en bas du baobab,
Une tribu de minables
Épie ses mots et ses gestes.
En pensant «Quelle saveur elle a ?
Enfin ça nous changera
Des indigènes indigestes.
Sûr qu'avec un bon thermostat,
On va se lécher les doigts,
Il n'y aura pas de restes»
{Refrain:}
Mais là-haut, Jane la Tarzane
Se pavane de lianes en lianes.
On entend dans la savane
«Qu'elle est jolie la Tarzane !»
Jane la Tarzane
Se pavane de lianes en lianes.
Tous les goulus des alentours
En feraient bien leur plat du jour.
Sous les branches du baobab,
Les cuisiniers cannibales
Ont installé la marmite.
Ils vont presque se mettre a table
En se disant «C'est fatal,
Elle va tomber, elle est pwête»
Tout autour du feu, bien à l'aise,
Ils préparent la mayonnaise
Et le bouillon qui crépite,
En se demandant qui aura
Le blanc, la cuisse ou le bras
Quand grillera la petite.
{au Refrain}
Mais soudain, la jungle a tremblé.
On vient d'entendre passer
Un hurlement formidable
Haaahaaaahaaa !
Tous les animaux du quartier
S'enfuient de tous les côtés
Et tout le monde détale.
Et Tarzan arrive par les toits
Il va rejoindre là-bas,
Sa fiancée endormie.
Comme la belle au bois dormant,
Il la réveille en chantant
Sa chanson la plus jolie.
Et avec Jane la Tarzane,
Il se pavane de lianes en lianes.
En chantant dans la savane
«Qu'elle est jolie la Tarzane !»
Avec Jane la Tarzane,
Il se pavane de lianes en lianes.
Tous les singes aux alentours
Reprennent leur chanson d'amour.
Jane de Tarzan
Op de top van een grote baobab,
Een geweldige meid
Is aan het dutten.
En helemaal onder de baobab,
Een stam van losers
Spiedt op haar woorden en gebaren.
Ze denken: "Wat een smaak heeft ze?
Eindelijk iets anders
Dan de onverteerbare inboorlingen.
Zeker met een goede thermometer,
Zullen we ons vingers aflikken,
Er zullen geen resten zijn."
{Refrein:}
Maar daarboven, Jane de Tarzan
Zweeft van liaan naar liaan.
Je hoort in de savanne
"Wat is ze mooi, de Tarzan!"
Jane de Tarzan
Zweeft van liaan naar liaan.
Alle gulzige mensen in de buurt
Zouden haar graag als hun hoofdgerecht willen.
Onder de takken van de baobab,
Hebben de kannibalenkoks
De pan neergezet.
Ze staan op het punt om aan tafel te gaan,
Zeggend: "Het is onvermijdelijk,
Ze gaat vallen, ze is kwetsbaar."
Rondom het vuur, lekker op hun gemak,
Bereiden ze de mayonaise
En de bouillon die sist,
Zich afvragend wie zal krijgen
Het wit, de dij of de arm
Als het meisje gaat grillen.
{Refrein}
Maar plotseling trilde de jungle.
We hebben net een geweldige
Gil gehoord
Haaahaaaahaaa!
Alle dieren uit de buurt
Rennen in alle richtingen weg
En iedereen vlucht.
En Tarzan komt over de daken
Hij gaat daarheen,
Naar zijn slapende verloofde.
Als Doornroosje,
Wekt hij haar zingend
Zijn mooiste lied.
En met Jane de Tarzan,
Zweeft hij van liaan naar liaan.
Zingend in de savanne
"Wat is ze mooi, de Tarzan!"
Met Jane de Tarzan,
Zweeft hij van liaan naar liaan.
Alle apen in de buurt
Zingen hun liefdeslied weer.