The Fish
The Laird John Clerk wis a belted knight
His keeper cam frae Penicuik
My brother wis just a fisherman
Frae Northfield farm in Edinbra
The Laird John Clerk held a fine estate
Bonnie fields and bright waters
His deer and game were sae widely famed
The talk o' a' the poachers
His keeper was a canny man
Guid guardian fir his masters'
On the salmon run wi his dog and gun
A dei'l fir the slaughter
My brother Keith wis a gallous lad
And dearly loved the poaching
Wi his rod and reel he gang aft to steal
A fish frae Clerkie's waters
In the deep o night, in pale moonlight
My brother watched the waters
Oe'r the croaking frogs came the bark o dogs
And the keeper there behind them
It's under moon and ower muir
Frae Northfield farm tae Penicuik
Wi his belt and knife he'd tae run fir his life
To dodge auld Clerkie's keeper
A' through the night he ran and hid
But the keeper could'na catch him
And he lost his gear by the ruined weir
His rod an a' his tackle
But in the light he saw a fish
A salmon in low water
Wi nae rod and reel just a guddlers feel
He threw her frae the water
And it's ower hills and far awa
Frae Penicuik through Duddingston
Wi a heart so blithe fir tae run fir his life
To dodge auld Clerkie's keeper
The lady Nairn had a canny cook
A chancer for a bargain
And he boucht the fish for auld Clerkie's dish
And nane tae be the wiser
Auld John Clerk, he got his fish
His keeper got the tackle
The cook got mair than a gillie's share
But my brother got the better
Rod and reel, field and stream
Mair midges ower the water
Let others seek where the salmon leap
My brother wis a fisherman
De Vis
De Laird John Clerk was een belted knight
Zijn keeper kwam uit Penicuik
Mijn broer was gewoon een visserman
Van Northfield boerderij in Edinbra
De Laird John Clerk had een mooi landgoed
Mooie velden en helder water
Zijn herten en wild waren zo beroemd
Het gesprek van alle stropers
Zijn keeper was een slimme man
Een goede bewaker voor zijn meester
Op de zalmloop met zijn hond en geweer
Een duivel voor de slachting
Mijn broer Keith was een dappere jongen
En hield van het stropen
Met zijn hengel en spoel ging hij vaak stelen
Een vis uit Clerkie's wateren
In de diepe nacht, in het bleke maanlicht
Kijkte mijn broer naar het water
Over de kwakende kikkers kwam de blaf van honden
En de keeper daarachter
Het is onder de maan en over de heide
Van Northfield boerderij naar Penicuik
Met zijn riem en mes moest hij rennen voor zijn leven
Om de oude Clerkie's keeper te ontlopen
De hele nacht rende hij en verstopte zich
Maar de keeper kon hem niet vangen
En hij verloor zijn spullen bij de vervallen dam
Zijn hengel en al zijn gereedschap
Maar in het licht zag hij een vis
Een zalm in laag water
Zonder hengel en spoel, gewoon met zijn handen
Googelde hij haar uit het water
En het is over heuvels en ver weg
Van Penicuik door Duddingston
Met een hart zo blij om voor zijn leven te rennen
Om de oude Clerkie's keeper te ontlopen
De dame Nairn had een slimme kok
Een kanshebber voor een koopje
En hij kocht de vis voor oude Clerkie's gerecht
En niemand die het wist
Oude John Clerk, hij kreeg zijn vis
Zijn keeper kreeg het gereedschap
De kok kreeg meer dan een gillie's deel
Maar mijn broer kreeg het beter
Hengel en spoel, veld en stroom
Meer muggen over het water
Laat anderen zoeken waar de zalm springt
Mijn broer was een visserman
Escrita por: Craig Herbertson