395px

't Poetita

De Nieuwe Wereld

't Dichterken

O spett'rende lett'ren, O rijmeken zoet
Gij Breughelkenfeest van de taal
Wat dicht ik toch geren in overvloed
In bundels en ook voor een zaal

K'en rijm en k'en dicht mijne poëzij
Met een ernstige voorhoofden frons
K'en maak met mijn verzen een schilderij
Van bloemkens en bijekens gons

Die frons is vooral voor 't publieksken schoon
Zo peinst men dat ik literair
Een reuzeken ben een beroemd persoon
Een Vlaamschen pupil van Voltaire

't Subsidiemeneerken is mijnen maat
En die van mijn beurzeken schraal
D'er wordt over mijn poëzij gepraat
(maar) Geen ziel die een bundel betaalt

O dichterkens, dichterkens altegaar
Met honderden zijn wij en meer
Op al onzer zielen daar gloeit een blaar
't en doet aan ons hertjen zo zeer

Gezelle die wist in den tijd heel goed
gij schrijft, en 't is uit en 't is weg
O rijmeken, rijmeken bitterzoet
Wat heeft Guido daar toch gezegd?

t' en lijkt wel of hij ons daar zeggen wou
't zijn verzekens van karamel
't zijn rijmekens schone geschud uit de mouw
ja dichterken kalm, 't is al wel

'k en schrijf dus voortaan zonder dat het rijmt
k'en trek mij van nietse meer aan
en ziet de recensies, men looft en zwijmt
een nieuw dichterken is opgestaan

O spett'rende lett'ren, o rijmekens zoet
Gij Breughelkenfeest van de taal
O Vlaandrens vrolijke verzenvloed
Ik zei toch dat rijmen nu stopt

Al goed, nog één keer vooraleer dit lied
uit het etherken fijn wordt gehaald
onthoud heel goed en vergeet het niet
het dichten wordt niet vet betaald

Wij schrijven ons vurige poëzij
Voor 't welzijn van het gemoed
Wij schrijven, herschrijven ons schoonste rijm
Desnoods met 't eigenste bloed

't Poetita

Oh brillantes letras, oh dulce rima
Tú fiesta Breughel de la lengua
Cuánto me gusta escribir en abundancia
En libros y también para un auditorio

No rimaré y no escribiré mi poesía
Con una seria fruncida de ceño
Haré con mis versos un cuadro
De flores y zumbidos de abejas

Esa fruncida es especialmente para el público
Así piensan que soy literario
Un pequeño gigante, una persona famosa
Un discípulo flamenco de Voltaire

El señor subsidio es mi medida
Y la de mi escaso subsidio
Se habla de mi poesía
(Pero) Nadie que pague por un libro

Oh poetitas, poetitas todos juntos
Somos cientos y más
En todas nuestras almas arde una llaga
Y duele en nuestro corazón

Gezelle sabía muy bien en su tiempo
Tú escribes, y se va y se acaba
Oh rima, rima agridulce
¿Qué dijo Guido allí?

Parece que nos quería decir
Son seguridades de caramelo
Son rimas hermosas sacadas de la manga
Sí, poetita tranquilo, todo está bien

Así que escribiré de ahora en adelante sin rimar
No me preocuparé por nada más
Y mira las críticas, alaban y se quedan callados
Un nuevo poetita ha surgido

Oh brillantes letras, oh dulce rima
Tú fiesta Breughel de la lengua
Oh alegre torrente de versos flamencos
Dije que ahora las rimas se detienen

Bueno, una vez más antes de que esta canción
sea retirada del aire fino
Recuerden muy bien y no lo olviden
Escribir poesía no es muy bien pagado

Escribimos nuestra poesía ardiente
Para el bienestar del alma
Escribimos, reescribimos nuestro mejor verso
Incluso con nuestra propia sangre

Escrita por: