395px

Jeder schläft

Della Bosiers

Iedereen Slaapt

Als iedereen slaapt, ligt hij nog wakker
Rookt wat en drinkt wat en draait in zijn bed
Hij kijkt door het raam, kijkt naar de wekker
Reist me de lift naar het dak van z'n flat
Hij ziet de Markerwaard en huivert in zijn jas
De volle Markerwaard, de zee van steen en glas
Dan ziet hij het licht van een reklame
Flakkerend rood op z'n witte gezicht
Vlucht voor de wind, denkt aan z'n kamer
Opent z'n ogen en doet ze weer dicht
Hij loopt naar de rand van een wonderlijk graf
Hij stapt eraf...

Zij loopt langs het strand, wacht op de golven
Kijkt naar het water nog roder dan bloed
De meeuw in haar hand, rood en bedorven
Hier ligt de olie, tot hier kwam de vloed
Ze ziet het grijze zand, ze ziet de rode zee
De vissen op het strand, de rode, dode zee
En an het geluid, hoog in de wolken...
Vliegtuigen kruisen en krijsen voor twee
Ze kijkt voor zich uit, wacht op de golven
Kijkt naar het water en wacht op de zee
Het is geen protest, want ze is geen heldin...
Ze loopt erin...

Een straat in een stad, een zoon en een vader
Schaduwen tussen het stille beton
De regen is zwart, niets valt te vragen
Was hier dan vroeger geen tuin, geen gazon?
Was hier dan een fontein?
De zoon staat stil en zucht
Hij ziet hier geen fontein
Hij hapt naar lege lucht
En nu loopt hij los achter de vader
De vader kijkt om naar z'n levenloos kind...
De pijn in z'n borst, pijn van de aarde
Mensen te laat in een leeg labyrint...
Het maakt niet meer uit welke richting ze gaan...
Ze gaan eraan...

Jeder schläft

Wenn alle schlafen, liegt er noch wach
Raucht ein bisschen, trinkt ein bisschen und dreht sich im Bett
Er schaut aus dem Fenster, sieht auf den Wecker
Fährt mit dem Aufzug aufs Dach seines Blocks
Er sieht die Markerwaard und fröstelt in seiner Jacke
Die volle Markerwaard, das Meer aus Stein und Glas
Dann sieht er das Licht einer Reklame
Flackernd rot auf seinem weißen Gesicht
Flieht vor dem Wind, denkt an sein Zimmer
Öffnet die Augen und schließt sie wieder
Er geht zum Rand eines wunderlichen Grabes
Tritt hinab...

Sie läuft am Strand entlang, wartet auf die Wellen
Schaut auf das Wasser, roter als Blut
Die Möwe in ihrer Hand, rot und verdorben
Hier liegt das Öl, bis hier kam die Flut
Sie sieht den grauen Sand, sieht das rote Meer
Die Fische am Strand, das rote, tote Meer
Und an dem Geräusch, hoch in den Wolken...
Flugzeuge kreuzen und schreien für zwei
Sie schaut geradeaus, wartet auf die Wellen
Schaut auf das Wasser und wartet auf das Meer
Es ist kein Protest, denn sie ist keine Heldin...
Sie geht hinein...

Eine Straße in einer Stadt, ein Sohn und ein Vater
Schatten zwischen dem stillen Beton
Der Regen ist schwarz, nichts ist zu fragen
Gab es hier früher keinen Garten, keinen Rasen?
Gab es hier einen Brunnen?
Der Sohn bleibt stehen und seufzt
Er sieht hier keinen Brunnen
Er schnappt nach leerer Luft
Und jetzt läuft er hinter dem Vater her
Der Vater schaut zurück auf sein lebloses Kind...
Der Schmerz in seiner Brust, der Schmerz der Erde
Menschen zu spät in einem leeren Labyrinth...
Es spielt keine Rolle mehr, in welche Richtung sie gehen...
Sie gehen daran...

Escrita por: