Cantiga da Rua
A cantiga popular ao passar
Todos a julgam banal e afinal
Vai sorrindo à própria dor
Cantando em trovas de amor
O seu destino fatal
Cantiga da rua, das outras diferente
Nem minha nem tua, é de toda a gente
Cantiga da rua, que sobe e flutua
Mas não se detém
Inconstante e louca
Vai de boca em boca
Não é de ninguém
A pobreza é mais feliz, porque diz
Em voz alta o seu pensar, a cantar
E é à rua que ela vem
Como fôra a própria mãe
As suas mágoas contar
Cantiga da rua
Veloz andorinha
Não pode ser tua
E não será minha
Cantiga da rua
Jamais se habitua
Aos lábios de alguém
Vive independente
É de toda a gente
Não é de ninguém.
Lied van de Straat
Het volkslied dat voorbijgaat
Wordt door iedereen als gewoon gezien, en toch
Glimlacht het naar de eigen pijn
Zingt in rijmen van de liefde
Over zijn fatale lot
Lied van de straat, anders dan de anderen
Niet de mijne, niet de jouwe, het is van iedereen
Lied van de straat, dat stijgt en zweeft
Maar niet stil blijft staan
Onvoorspelbaar en gek
Gaat van mond tot mond
Het is van niemand
De armoede is gelukkiger, want het zegt
Luidop wat het denkt, zingend
En het komt naar de straat
Alsof het de eigen moeder was
Om zijn verdriet te vertellen
Lied van de straat
Snelle zwaluw
Kan niet van jou zijn
En zal niet van mij zijn
Lied van de straat
Gewoon niet gewend
Aan de lippen van iemand
Leeft onafhankelijk
Het is van iedereen
Het is van niemand.