Now Westlin Winds
Now westlin winds and slaughtering guns
Bring autumn's pleasant weather
The moorcock springs on whirring wings
Among the blooming heather
Now waving grain, wild o'er the plain
Delights the weary farmer
And the moon shines bright as I rove at night
To muse upon my charmer
The partridge loves the fruitful fells
The plover loves the mountain
The woodcock haunts the lonely dells
The soaring hern the fountain
Through lofty groves the cushat roves
The path of man to shun it
The hazel bush o'erhangs the thrush
The spreading thorn the linnet
Thus every kind their pleasure find
The savage and the tender
Some social join and leagues combine
Some solitary wander
Avaunt! Away! the cruel sway,
Tyrannic man's dominion
The sportsman's joy, the murdering cry
The fluttering, gory pinion
But Peggy dear the evening's clear
Thick flies the skimming swallow
The sky is blue, the fields in view
All fading green and yellow
Come let us stray our gladsome way
And view the charms of nature
The rustling corn, the fruited thorn
And every happy creature
We'll gently walk and sweetly talk
Till the silent moon shines clearly
I'll grasp thy waist and, fondly pressed,
Swear how I love thee dearly
Not vernal showers to budding flowers
Not autumn to the farmer
So dear can be as thou to me
My fair, my lovely charmer
Nu Westlin Winden
Nu westlin winden en slachtende geweren
Brengen de aangename herfstweer
De moorkop springt op flonkerende vleugels
Tussen de bloeiende heide
Nu golvend graan, wild over de vlakte
Verheugt de vermoeide boer
En de maan schijnt helder terwijl ik 's nachts dwaal
Om te mijmeren over mijn charme
De patrijs houdt van de vruchtbare heuvels
De kievit houdt van de bergen
De houtduif spookt in de eenzame dalen
De zwevende reiger bij de fontein
Door hoge bossen dwaalt de tortel
Om de weg van de mens te vermijden
De hazelaar hangt over de merel
De verspreidende doorn de vink
Zo vindt elke soort zijn plezier
De wrede en de tedere
Sommigen verenigen zich en sluiten bonden
Sommigen zwerven alleen
Weg! Weg! de wrede heerschappij,
Tyrannieke heerschappij van de mens
De vreugde van de jager, de moordende kreet
De fladderende, bloedige vleugel
Maar lieve Peggy, de avond is helder
Dik vliegt de scherende zwaluw
De lucht is blauw, de velden in zicht
Alle vervagend groen en geel
Kom, laten we onze blije weg inslaan
En de charmes van de natuur bekijken
Het ritselende koren, de vruchtbare doorn
En elk gelukkig schepsel
We zullen zachtjes wandelen en zoetjes praten
Tot de stille maan helder schijnt
Ik zal je taille grijpen en, teder gedrukt,
Zweren hoe ik van je hou
Geen lenteregen voor bloeiende bloemen
Geen herfst voor de boer
Zo dierbaar kan zijn als jij voor mij
Mijn schone, mijn lieve charme.
Escrita por: Jörgen Elofsson