Das Glöcklein vom kalterer See
Freudig schallt es weit über die Felder,
über Weinberge, Wiesen und Klee.
Helles Läuten dringt durch die Wälder,
das Glöcklein vom Kalterersee!
Andächtig lausch' ich dem trauten Klang,
die Jugend ich wieder erspäh;
Es klinget von Fern wie Engelsgesang
Das Glöcklein vom Kalterersee.
Din-don, din-don, din-don...
Die Gedanken entflieh'n in die Zeiten
Vergangenes rückt in die Näh,
Vergess'nes ersteht beim Läuten
des Glöckleins vom Kalterersee.
Viel Jahre ziehen im Geiste zu Tal,
verstorbenes erwachet gar jäh,
vereinigt sind alle wieder beim Schall
des Glöckleins vom Kalterersee.
Het Belletje van het Kalterermeer
Vrolijk weerklinkt het wijd over de velden,
over wijngaarden, weilanden en klaver.
Helder geluid doordringt de bossen,
het belletje van het Kalterermeer!
Vol ontzag luister ik naar die lieve klank,
de jeugd zie ik weer opduiken;
Het klinkt van ver als een engelenkoor,
het belletje van het Kalterermeer.
Ding-dong, ding-dong, ding-dong...
De gedachten ontsnappen naar tijden,
het verleden komt weer dichtbij,
Vergeten herleeft bij het luiden
van het belletje van het Kalterermeer.
Vele jaren dalen in de geest,
overleden wekken onverwacht,
weer verenigd zijn ze bij de klank
van het belletje van het Kalterermeer.