L'uomo In Frack
È giunta mezzanotte
Si spengono i rumori
Si spegne anche l'insegna
Di quell'ultimo caffè
Le strade son deserte
Deserte e silenziose
Un ultima carrozza cigolando se ne va
Il fiume scorre lento
Frusciando sotto i ponti
La luna splende in cielo
Dorme tutta la città
Solo va un uomo in frack
Ha il cilindro per cappello
Due diamanti per gemelli
Un bastone di cristallo
La gardenia nell'occhiello
E sul candido gilet
Un papillon
Un papillon di seta blu
S'avvicina lentamente
Con il cedere elegante
Ha l'aspetto trasognato
Malinconico ed assente
E non si sa da dove vien
Ne dove va, chi mai sarà
Quell'uomo in frack
Bon nuit, bon nuit
Bon nuit, bon nuit
Buona notte
Va dicendo ad ogni cosa
Ai fanali illuminati
Ad un gatto innamorato
Che randagio se ne va
È giunta ormai l'aurora
Si spengono i fanali
Si sveglia a poco a poco
Tutta quanta la città
La luna si è incantata
Sorpresa e impallidita
Pian piano scolorandosi nel cielo sparirà
Sbadiglia una finestra
Sul fiume silenzioso
E nella luce bianca
Galleggiando se ne van
Un cilindro un fiore e un frack
Galleggiando dolcemente
E lasciandosi cullare
Se ne scende lentamente
Sotto i ponti verso il mare
Verso il mare se ne va
Chi mai sarà, chi mai sarà
Quell'uomo in frack
Adieu, adieu, adieu, adieu
Addio al mondo
Ai ricordi del passato
Ad un sogno mai sognato
Ad un attimo d'amore che mai più ritornerà
La, la, lala
La, la, lala
De Man in Frak
Het is middernacht
De geluiden verstommen
Ook het bord dooft
Van dat laatste café
De straten zijn verlaten
Verlaten en stil
Een laatste koets piepend rijdt voorbij
De rivier stroomt traag
Ruisend onder de bruggen
De maan straalt aan de hemel
De hele stad slaapt
Alleen gaat een man in frak
Hij heeft een hoed van cilindervorm
Twee diamanten als manchetknopen
Een kristallen stok
De gardenia in zijn revers
En op zijn witte gilet
Een vlinderdas
Een vlinderdas van blauw zijde
Hij komt langzaam dichterbij
Met een elegante pas
Hij heeft een dromerige uitstraling
Melancholisch en afwezig
En men weet niet van waar hij komt
Of waar hij heen gaat, wie zou hij zijn
Die man in frak
Goede nacht, goede nacht
Goede nacht, goede nacht
Goede nacht
Zegt hij tegen alles
Tegen de verlichte lantaarns
Tegen een verliefde kat
Die als een zwerver weggaat
De dageraad is nu gekomen
De lantaarns doven
Langzaam ontwaakt
De hele stad
De maan is betoverd
Verbaasd en verbleekt
Langzaam vervaagt ze in de lucht
Een raam gaapt
Over de stille rivier
En in het witte licht
Drijven ze weg
Een hoed, een bloem en een frak
Zachtjes drijvend
En zich laten wiegen
Daalt hij langzaam af
Onder de bruggen naar de zee
Naar de zee gaat hij
Wie zou hij zijn, wie zou hij zijn
Die man in frak
Vaarwel, vaarwel, vaarwel, vaarwel
Vaarwel tegen de wereld
Tegen de herinneringen van het verleden
Tegen een droom die nooit gedroomd is
Tegen een moment van liefde dat nooit meer terugkomt
La, la, lala
La, la, lala