395px

Anuncios de navegación marítima

Drs. P

Scheepvaartberichten

Een ruige westenwind laveerde langs de haven
De zondagmorgenstraat was leeg en lusteloos
De schepen leken meer op stalen massagraven
Dan op de fraaie platen in de reisbureaus

Cafebezoekers zaten achter grote bellen
In half ontwaakte huizen schreeuwden radio's
Op de etages van lichtzinnige hotellen
Weerklonk nog hier en daar 't gepiep van lits-jumeaux

Terwijl de buurt zich lekker warm had opgesloten
Stond op de keien buiten een verdwaalde roos
Ze keek haar ogen uit op al die grote boten
Ze had die nooit gezien en vond ze grandioos

Waar zij vandaan kwam waren helemaal geen schepen
En al het water was onzichtbaar door het kroos
En mannen die haar diepe hunkering begrepen
Die waren even dun gezaaid als farao's

In een lokaal met vierendertig kinderzieltjes
Bleek zij als onderwijzeres zo hopeloos
Tot op een dag zij haar leerplichtige schlemieltjes
Abrupt verliet en met een bus de vrijheid koos

De ware schuld aan die kwaadwillige verdwijning
Lag bij de sterk vergeelde dichter Willem Kloos
"De zee, de zee klotst voort in eindeloze deining"
De deining van dat metrum vond ze eindeloos

Ze zag zichzelf in een uitbundig zonnegloren
Met wild omspeelde haren aan de reling staan
Het schip voer statig langs de, eh, langs de Azoren
En vele golven golfden op de oceaan

Ze werd omstuwd door hooggeplaatste schepelingen
En ook door knappe, of beroemde passagiers
Maar zij gedroeg zich heel gewoon in deze kringen
Ze hief haar glas op en dan zei ze lachend: "Cheers"

Maar 's nachts als honderdduizend sterren naar haar keken
En als de adem van de tropen haar omgaf
Dan kon haar hart van zoete weemoed bijna breken
En ze verlangde naar een eerlijk zeemansgraf

Een ruige westenwind laveerde langs de haven
En langs de wallekant laveerde een matroos
Terwijl zij zich aan haar visioenen stond te laven
Kwam hij eraangekoerst, verhit en laveloos

Ze voelde plots twee handen in haar lichaam happen
Ze hoorde dompig zeggen: "Ga je lekker, Toos"
En toen ze in paniek naar hem begon te trappen
Was hij verbaasd en ook meteen geweldig boos

Men kan van alles in een haven rond zien drijven
Een halve plank, een krant, een pet, een lege doos
En and're dingen, hier niet nader te omschrijven
En nu en dan het lichaam van een meisje loos

Anuncios de navegación marítima

Un fuerte viento del oeste navegaba por el puerto
La calle de la mañana del domingo estaba vacía y apática
Los barcos parecían más como tumbas de acero
Que como las hermosas imágenes en las agencias de viajes

Los visitantes del café estaban detrás de grandes burbujas
En casas medio despiertas, las radios gritaban
En los pisos de hoteles frívolos
Aún se escuchaba aquí y allá el chirrido de las camas dobles

Mientras el vecindario se mantenía cálidamente encerrado
Una rosa perdida estaba en las calles
Ella miraba con asombro a todos esos grandes barcos
Nunca los había visto y los encontraba grandiosos

De donde ella venía no había barcos en absoluto
Y toda el agua era invisible por el lodo
Y los hombres que entendían su profundo anhelo
Eran tan escasos como faraones

En un salón con treinta y cuatro almas infantiles
Resultó ser tan desesperada como maestra
Hasta que un día dejó abruptamente a sus desdichados alumnos
Y eligió la libertad en un autobús

La verdadera culpa de esa desaparición maliciosa
Recaía en el poeta amarillento Willem Kloos
'El mar, el mar sigue chapoteando en un interminable oleaje'
Ese ritmo lo encontraba interminable

Se veía a sí misma en un resplandor solar exuberante
Con el cabello alborotado en la barandilla
El barco navegaba majestuosamente por, eh, por las Azores
Y muchas olas se mecían en el océano

Era rodeada por marineros de alto rango
Y también por guapos o famosos pasajeros
Pero ella se comportaba de manera muy común en estos círculos
Levantaba su copa y decía riendo: 'Salud'

Pero por las noches, cuando cien mil estrellas la miraban
Y cuando el aliento de los trópicos la envolvía
Su corazón casi se rompía de dulce melancolía
Y anhelaba una tumba marina honesta

Un fuerte viento del oeste navegaba por el puerto
Y a lo largo del muelle navegaba un marinero
Mientras ella se deleitaba en sus visiones
Él se acercaba, agitado y ebrio

De repente sintió dos manos en su cuerpo
Escuchó decir con voz ronca: '¿Te sientes bien, Toos?'
Y cuando en pánico comenzó a golpearlo
Él se sorprendió y al instante se enfureció

Se puede ver de todo flotando en un puerto
Un trozo de tabla, un periódico, un sombrero, una caja vacía
Y otras cosas, no es necesario describir aquí
Y de vez en cuando el cuerpo de una chica sin vida

Escrita por: