Veerpont
Wij zijn hier aan de oever van een machtige rivier
De andere oever is daarginds, en deze hier is hier
De oever waar we niet zijn noemen wij de overkant
Die wordt dan deze kant zodra we daar zijn aangeland
En dit heet dan de overkant, onthoudt u dat dus goed
Want dat is van belang voor als u ovrsteken moet
Dat zou nog best eens kunnen, want er is hier veel verkeer
En daarom vaar ik steeds maar vice versa heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Heen en weer
Ik breng de mensen heen, ik breng weer anderen terug
Mijn pont is als het ware ongeveer een soort van brug
En als de pont zo lang was als de breedte van de stroom
Dan kon hij blijven liggen, zei me laatste een econoom
Maar dat zou dan weer lastig zijn voor het rivierverkeer
Zodoende is de pont dus kort en gaat hij heen en weer
Dan vaart hij uit, dan legt hij aan, dan steekt hij weer van wal
En ondertussen klinkt langs berg en dan mijn hoorngeschal
En als de pont dan weer zijn weg zoekt door het ruime sop
Dan komen er werktuiglijk gedachten bij me op
Zo denk ik dikwijls over het geheim van het bestaan
En dat ik op de wereld ben om heen en weer te gaan
Wij zien hier voor ons oog een onverbiddelijke wet
Want als ik niet de veerman was dan was een ander het
En zulke overdenksels heb ik nu de hele dag
Soms met een zucht van weemoed, dan weer met een holle lach
De boot is vol
Ik zeg: de boot is vol
Stap niet in de boot
Hij is vol
Blijf aan de wal, meneer
U ziet toch dat de boot vol is
Toe nou mensen, kom toch niet in deze volle boot
Ga nou weg mensen
Dat loopt nog verkeerd af
Wees nou verstandig mensen
Fährboot
Wir stehen hier am Ufer eines mächtigen Flusses
Das andere Ufer ist dort drüben, und dieses hier ist hier
Das Ufer, wo wir nicht sind, nennen wir die andere Seite
Das wird dann diese Seite, sobald wir dort angekommen sind
Und das heißt dann die andere Seite, merken Sie sich das gut
Denn das ist wichtig, falls Sie überqueren müssen
Das könnte durchaus passieren, denn hier ist viel Verkehr
Und deshalb fahre ich ständig hin und her
Hin und her
Hin und her
Hin und her
Hin und her
Ich bringe die Leute hin, ich bringe andere zurück
Mein Boot ist gewissermaßen eine Art Brücke
Und wenn die Fähre so lang wäre wie die Breite des Stroms
Dann könnte sie liegen bleiben, sagte mir zuletzt ein Ökonom
Aber das wäre dann wieder schwierig für den Schiffsverkehr
Deshalb ist die Fähre kurz und fährt hin und her
Dann fährt sie aus, dann legt sie an, dann sticht sie wieder in See
Und währenddessen ertönt entlang des Berges mein Hornschall
Und wenn die Fähre dann wieder ihren Weg sucht durch die weite See
Dann kommen mir unwillkürlich Gedanken in den Sinn
So denke ich oft über das Geheimnis des Daseins nach
Und dass ich auf der Welt bin, um hin und her zu gehen
Vor unseren Augen sehen wir ein unerbittliches Gesetz
Denn wenn ich nicht der Fährmann wäre, wäre es ein anderer
Und solche Überlegungen habe ich jetzt den ganzen Tag
Manchmal mit einem Seufzer der Wehmut, dann wieder mit einem hohlen Lachen
Das Boot ist voll
Ich sage: Das Boot ist voll
Steigen Sie nicht ins Boot
Es ist voll
Bleiben Sie am Ufer, mein Herr
Sie sehen doch, dass das Boot voll ist
Kommen Sie schon, Leute, steigen Sie nicht in dieses volle Boot
Gehen Sie jetzt weg, Leute
Das könnte noch schiefgehen
Seien Sie jetzt vernünftig, Leute