395px

Een Diner Voor Jezus

Duduca & Dalvan

Um Jantar Pra Jesus

Convidei Jesus pra jantar lá em casa
Preparei um frango assado pro jantar
Eu não tenho muito
E tudo é muito simples
Mas eu fiz de tudo pra lhe agradar

Tudo preparado e a mesa posta
Alguém bateu a porta, corri atender
Era um mendigo e estava faminto
Me pediu alguma coisa pra comer

Eu pensei agora o que é que eu faço?
Se eu tirar um pedaço ele vai perceber
Mais tirei com jeito uma coxa do frango
E dei pro mendigo pra ele comer

Ele foi embora dizendo obrigado
E que em sua mesa nunca falte o pão
É feliz o homem que tem caridade
E que trás o amor em seu coração

Eu entrei e fui conferir a mesa
Pra ver se tudo estava no lugar
De repente bate a porta outra vez
Pensei é Jesus que acabou de chegar

Quando eu abri vi uma criança
Toda mal-trapilha e de pé no chão
Seus olhos pediam alem da comida
Que eu também lhe desse um pouco de atenção

Fui até a mesa peguei outra coxa
Muito que depressa criança comeu
Vi a alegria estampada em seu rosto
Quando num sorriso ela me agradeceu

Muito obrigado, que Deus lhe abençoe
E em sua mesa nunca falte o pão
É feliz o homem que tem caridade
E que trás o amor em seu coração

Passou mais um tempo chegou Jesus
E sentou se a mesa para a refeição
Ele olhou pro frango e eu lhe disse coma
E me espantei quando ele disse não

Ainda confuso disse: Meu Senhor
Lhe fiz um frango inteiro!
Mas vou lhe explicar
E me interrompeu antes que eu explicasse

Olhando em meus olhos começou falar
Estou satisfeito com as duas coxas
Desse frango assado que me preparou
Hoje bati sua porta duas vezes
Estava com fome e me alimentou

Tudo o que fizer aos pobres e pequenos
O fará a mim porque são meus irmãos
É feliz o homem que tem caridade
E que trás o amor em seu coração

Een Diner Voor Jezus

Ik nodigde Jezus uit voor het diner bij mij thuis
Ik had een gebraden kip klaargemaakt voor het avondmaal
Ik heb niet veel
En alles is heel eenvoudig
Maar ik deed mijn best om hem te behagen

Alles was klaar en de tafel gedekt
Iemand klopte op de deur, ik rende om open te doen
Het was een bedelaar en hij had honger
Hij vroeg me om iets te eten

Ik dacht, wat moet ik nu doen?
Als ik een stuk afsnijd, merkt hij het vast
Maar ik nam voorzichtig een dij van de kip
En gaf het aan de bedelaar zodat hij kon eten

Hij ging weg en zei dank je wel
En dat er op zijn tafel nooit brood mocht ontbreken
Gelukkig is de man die vrijgevig is
En die de liefde in zijn hart draagt

Ik ging naar binnen om de tafel te controleren
Om te zien of alles op zijn plaats was
Plots klopte de deur weer
Ik dacht, is Jezus net aangekomen?

Toen ik opendeed, zag ik een kind
In lompen en op blote voeten
Zijn ogen vroegen om meer dan alleen eten
Dat ik hem ook wat aandacht gaf

Ik ging naar de tafel en nam weer een dij
Heel snel at het kind
Ik zag de blijdschap op zijn gezicht
Toen ze me met een glimlach bedankte

Heel erg bedankt, God zegene je
En op jouw tafel mag er nooit brood ontbreken
Gelukkig is de man die vrijgevig is
En die de liefde in zijn hart draagt

Er ging weer wat tijd voorbij en Jezus kwam
En ging aan tafel voor de maaltijd
Hij keek naar de kip en ik zei: eet maar
En ik was verbaasd toen hij zei: nee

Nog steeds in de war zei ik: Mijn Heer
Ik heb een hele kip voor je gemaakt!
Maar laat me het uitleggen
En hij onderbrak me voordat ik het kon uitleggen

Kijkend in mijn ogen begon hij te spreken
Ik ben tevreden met de twee dijen
Van deze gebraden kip die je voor me hebt gemaakt
Vandaag heb ik twee keer op je deur geklopt
Ik had honger en je voedde me

Alles wat je doet voor de armen en de kleinen
Doe je voor mij, want zij zijn mijn broeders
Gelukkig is de man die vrijgevig is
En die de liefde in zijn hart draagt