395px

Aan de Overkant van de Straat

Édith Piaf

De L'autre Côté De La Rue

Des murs qui se lézardent, un escalier étroit
Une vieille mansarde et me voilà chez moi
Un lit qui se gondole, une table de guingois
Une lampe à pétrole et me voilà chez moi
Mais le soir, quand le cafard me pénètre
Et que mon cœur est pas trop malheureux
J'écarte les rideaux de ma fenêtre
Et j'écarquille les yeux

De l'autre côté de la rue
Y'a une fille, une belle fille
Qui a tout ce qu'il lui faut et même le superflu
De l'autre côté de la rue
Elle a de l'argent, des bijoux, des voitures
Des draps en soie, des maisons, des fourrures
De l'autre côté de la rue
Y'a une fille, une belle fille
Si j'en avais le quart je n'en demanderais pas plus
De l'autre côté de la rue

Je le connaissais peine, on s'était vu trois fois
Mais la fin de la semaine, il est venu chez moi
Dans ma chambre au septième, au bout du corridor
Il murmura: Je t'aime, moi j'ai dit: Je t'adore
Il m'a comblée de baisers, de caresses
Je ne désire plus rien entre ses bras
Et quand je vois ses yeux plein de tendresse
Alors je me dis tout bas

De l'autre côté de la rue
Y'a une fille, une belle fille
Qui ne connaît rien de l'amour ni de ses joies perdues
De l'autre côté de la rue
Elle peut garder son monsieur qu'elle déteste
Ses beaux bijoux, tout son luxe et le reste
De l'autre côté de la rue
Y'a une fille, une pauv' fille
Qui regarde tout court d'un air triste et perdu
De l'autre côté de la rue

Aan de Overkant van de Straat

De muren die barsten, een smalle trap
Een oude zolder en hier ben ik thuis
Een bed dat wiebelt, een scheve tafel
Een petroleumlamp en hier ben ik thuis
Maar 's avonds, als de somberheid me binnendringt
En mijn hart niet te ongelukkig is
Trek ik de gordijnen van mijn raam open
En knipper met mijn ogen

Aan de overkant van de straat
Is er een meisje, een mooi meisje
Die heeft alles wat ze nodig heeft en zelfs het overbodige
Aan de overkant van de straat
Ze heeft geld, sieraden, auto’s
Zijden lakens, huizen, bontjassen
Aan de overkant van de straat
Is er een meisje, een mooi meisje
Als ik maar een kwart had, zou ik niet meer willen
Aan de overkant van de straat

Ik kende hem nauwelijks, we hadden elkaar drie keer gezien
Maar aan het eind van de week kwam hij bij me thuis
In mijn kamer op de zevende, aan het eind van de gang
Flüsterde hij: Ik hou van je, ik zei: Ik aanbid je
Hij overspoelde me met kussen, met strelingen
Ik verlang niet meer naar iets tussen zijn armen
En als ik zijn ogen vol tederheid zie
Dan zeg ik zachtjes tegen mezelf

Aan de overkant van de straat
Is er een meisje, een mooi meisje
Die niets weet van de liefde of van zijn verloren vreugden
Aan de overkant van de straat
Ze kan haar meneer houden die ze haat
Haar mooie sieraden, al haar luxe en de rest
Aan de overkant van de straat
Is er een meisje, een arm meisje
Die gewoon somber kijkt met een treurig en verloren gezicht
Aan de overkant van de straat

Escrita por: Michel Emer