Bon Dia
La vella Montserrat, desperta el barri
a cops d'escombra tot cantant,
les primeres persianes, sobren feixugues badallant.
Rere el vidre entelat, el cafeter assegura que no era penal
i es desfà la conversa igual que el sucre del tallat.
Bon dia, ningú ho ha demanat però fa bon dia,
damunt els caps un sol ben insolent
il·lumina descarat tot l'espectacle de la gent.
Al bell mig de la plaça
la peixetera pren paciència amb la Consol
que remuga i regala
grans bafarades d'alcohol.
I al pedrís reposant
l'avi Josep no es deixa perdre cap detall
i amb esguard es pregunta
quants dies més té de regal.
Bon dia...
Nens xisclant, olor a pixum de gat,
veïnes que un cop has passat et critiquen.
Gent llençant la brossa d'amagat
i un retardat que amb ulls burletes et mira
i diu
Bon dia...
Goedemorgen
De oude Montserrat, wekt de buurt
met een bezem en een liedje,
de eerste rolluiken, zwaar en slaperig.
Achter het beslagen glas, de koffiebar zegt dat het geen straf was
en het gesprek verdwijnt net als de suiker in de koffie.
Goedemorgen, niemand heeft het gevraagd maar het is een mooie dag,
boven de hoofden een zon zo brutaal
verlicht onbeschaamd het schouwspel van de mensen.
Midden op het plein
neemt de visvrouw geduld met Consol
die mopperend en grommend
grote wolken alcohol weggeeft.
En op de stoep rustend
verliest opa Josep geen enkel detail
en vraagt zich met een blik af
hoeveel dagen hij nog cadeau heeft.
Goedemorgen...
Kinderen gillend, geur van kattenpis,
buren die je, als je voorbij bent, bekritiseren.
Mensen die stiekem afval weggooien
en een achterlijke die je met ondeugende ogen aankijkt
en zegt
Goedemorgen...