395px

Balada de la Margot Regordeta

Ernst Van Altena

Ballade Van de Mollige Margot

Ik min haar en ik dien haar met plezier
Ben ik daarom soms dwaas of zonder eer
Ik ben haar kamerdienaar en cipier
En voor haar liefde grijp ik schild en speer
Komen er klanten, dan legt zij zich neer;
Ik neem zolang de wijnkruik op mijn schoot
Ik breng hen water, kaas of fruit en brood
En als ze goed betalen zeg ik: "Vriend
Kom weer wanneer de bronst u daartoe noodt
In dit bordeel dat ons tot woning dient"

Soms, als Margot uit bed komt zonder geld
Maak ik me kwaad. Zo maakt ze mij tot schand
Dan haat ik haar, dan bulder ik en scheld
En neem haar keurslijf en haar jak ter hand
En schreeuw dat ik die houd als onderpand
Dan gaat zij als een dollevrouw te keer
En vloekt zelfs bij de kruisdood van de Heer
Vervolgens sla ik haar, dat is verdiend
Maar waar ik haar ook sla, zij slaat mij weer
In dit bordeel dat ons tot woning dient

Dat lucht ons op. Ik laat een harde wind
Die als een mesttor stinkt door heel ons kot
Ze lacht erom en knijpt mij welgezind
In bil en been en buik en noemt mij zot
En dronken slapen wij als een marmot
En na 't ontwaken zoekt zij haar verblijf
Boven op mij, want in haar mollig lijf
Rust onze vrucht, die tere zorg verdient
Ik steun en kreun onder dat warm bedrijf
In dit bordeel dat ons tot woning dient

Vorst, hagel, sneeuw en storm gaan mij voorbij
Ik dien de ontucht en de ontucht mij
Luid lach ik om de huwelijkse staat;
Lood om oud ijzer! Geld om liefdesdaad
Oneerbaarheid is mijn geeerde vriend
Naar eer verlang ik niet, mij telt de baat
In dit bordeel dat ons tot woning dient

Balada de la Margot Regordeta

Yo la amo y la sirvo con placer
¿Por eso a veces soy tonto o sin honor?
Soy su criado y carcelero
Y por su amor tomo escudo y lanza
Si llegan clientes, ella se recuesta;
Yo tomo la jarra de vino en mi regazo
Les traigo agua, queso, fruta y pan
Y si pagan bien digo: 'Amigo
Vuelve cuando el deseo te llame
En este burdel que nos sirve de hogar'

A veces, cuando Margot se levanta sin dinero
Me enojo. Así me avergüenza
Entonces la odio, entonces grito y la insulto
Y tomo su corsé y su chaqueta
Y grito que las tengo como garantía
Entonces ella se vuelve loca
E incluso blasfema ante la crucifixión del Señor
Luego la golpeo, eso se lo merece
Pero donde sea que la golpee, ella me golpea de vuelta
En este burdel que nos sirve de hogar

Eso nos alivia. Dejo escapar un pedo
Que huele como un estercolero por toda nuestra choza
Ella se ríe y me aprieta amablemente
En las nalgas, la pierna, el vientre y me llama loco
Y borrachos dormimos como marmotas
Y al despertar ella busca su refugio
Encima de mí, porque en su regordeto cuerpo
Descansa nuestro fruto, que merece cuidado
Yo gimo y me quejo bajo esa cálida actividad
En este burdel que nos sirve de hogar

Rey, granizo, nieve y tormenta pasan de largo
Sirvo a la lujuria y la lujuria me sirve
Río fuerte ante el estado matrimonial;
¡Plomo por hierro viejo! Dinero por acto de amor
La deshonra es mi amigo honrado
No anhelo honor, me importa el beneficio
En este burdel que nos sirve de hogar

Escrita por: E. Du Bois / Foco