395px

Epístola a mis amigos

Ernst Van Altena

Epistel Aan Mijn Vrienden

Heb medelij, heb medelij met mij
Mijn vrienden, toont erbarmen met mijn lot
Ik dans niet rond de meiboom, meieblij
Maar stervend lig ik in een laag cachot
Verlaten door Fortuna en door God
Oh meisjes, minnaars, groen en dwaas en mal
Oh kuitenflikkers, dansers op het bal
Spits als een spies, breed als een bastion
Met bellen, tink'lend als een waterval
Laat gij hem daar, de povere Villon

Gij zangers, op uw vrijheid zeer gesteld
Gij vrijers, pierlala's in daad en woord
Die reilt en zeilt met vals of eerlijk geld
Mannen van geest, ik bid u, maak wat voort
U lacht en in die tijd steekt hij de moord
Gij dichters van couplet, motet, rondeel
Wanneer hij dood is helpt geen glas kandeel
Hij zucht hier zonder frisse wind of zon
Gebonden in de diepte van 't kasteel
Laat gij hem daar, de povere Villon

Ach, komt hem zien in jammerlijke staat
Gij edelen, van tienden vrijgesteld
Die u door vorst noch keizer heersen laat
En u slechts onder God en Hemel stelt
Ziet hoe de honger hem gestadig kwelt
Zijn tanden zijn zo lang als van een riek
Niet door gebak, door droge korst en kliek
En in zijn darmen kolkt geen vleesbouillon
Maar water. Hij verkommert stervensziek
Laat gij hem daar, de povere Villon

Passende Prinsen, jong of grijs van haar
Sta met uw gratie en uw vrijbrief klaar
Hijs mij dit graf uit, in een mand of ton
Want varkens zijn behulpzaam voor elkaar
Waar er een krijst, staan alle and're klaar
Laat gij hem daar, de povere Villon

Epístola a mis amigos

Ten compasión, ten compasión de mí
Mis amigos, muestren misericordia con mi suerte
No bailo alrededor del árbol de mayo, alegre en mayo
Pero muriendo yago en una celda baja
Abandonado por la Fortuna y por Dios
Oh chicas, amantes, verdes y tontos y locos
Oh maricones, bailarines en el baile
Afilado como una lanza, ancho como un bastión
Con campanas tintineando como una cascada
Déjenlo allí, el pobre Villon

Ustedes cantantes, muy apegados a su libertad
Ustedes galanes, pierlalas en acto y palabra
Que navegan con dinero falso o honesto
Hombres de espíritu, les ruego, apúrense
Ustedes se ríen y en ese tiempo él sufre el asesinato
Ustedes poetas de copla, motete, rondeau
Cuando él esté muerto, no ayudará un vaso de vino caliente
Él suspira aquí sin aire fresco ni sol
Atado en lo profundo del castillo
Déjenlo allí, el pobre Villon

Oh, vengan a verlo en un estado lamentable
Ustedes nobles, exentos de diezmos
Que no se dejan gobernar por príncipes ni emperadores
Y solo se someten a Dios y al Cielo
Vean cómo el hambre lo atormenta constantemente
Sus dientes son tan largos como los de un rastrillo
No por pasteles, sino por migajas secas
Y en sus entrañas no bulle caldo de carne
Sino agua. Se marchita enfermo de muerte
Déjenlo allí, el pobre Villon

Príncipes adecuados, jóvenes o grises de cabello
Estén listos con su gracia y su salvoconducto
Sáquenme de esta tumba, en una canasta o barril
Porque los cerdos se ayudan mutuamente
Donde uno gruñe, todos los demás están listos
Déjenlo allí, el pobre Villon

Escrita por: