395px

De Vissersman

Fabrizio De André

Il Pescatore

All'ombra dell'ultimo sole
s'era assopito un pescatore
e aveva un solco lungo il viso
come una specie di sorriso.

Venne alla spiaggia un assassino
due occhi grandi da bambino
due occhi enormi di paura
eran gli specchi di un'avventura.

E chiese al vecchio dammi il pane
ho poco tempo e troppa fame
e chiese al vecchio dammi il vino
ho sete e sono un assassino.

Gli occhi dischiuse il vecchio al giorno
non si guardò neppure intorno
ma versò il vino e spezzò il pane
per chi diceva ho sete e ho fame.

E fu il calore di un momento
poi via di nuovo verso il vento
davanti agli occhi ancora il sole
dietro alle spalle un pescatore.

Dietro alle spalle un pescatore
e la memoria è già dolore
è già il rimpianto di un aprile
giocato all'ombra di un cortile.

Vennero in sella due gendarmi
vennero in sella con le armi
chiesero al vecchio se lì vicino
fosse passato un assassino.

Ma all'ombra dell'ultimo sole
s'era assopito il pescatore
e aveva un solco lungo il viso
come una specie di sorriso
e aveva un solco lungo il viso
come una specie di sorriso.

De Vissersman

In de schaduw van de laatste zon
was een visser in slaap gevallen
hij had een groef op zijn gezicht
als een soort glimlach.

Er kwam een moordenaar naar het strand
met grote kinderogen
en enorme ogen vol angst
het waren de spiegels van een avontuur.

En hij vroeg de oude man geef me brood
ik heb weinig tijd en veel honger
en hij vroeg de oude man geef me wijn
ik heb dorst en ik ben een moordenaar.

De oude man opende zijn ogen voor de dag
kijk niet eens om zich heen
maar schonk de wijn in en brak het brood
voor wie zei ik heb dorst en honger.

En het was de warmte van een moment
verder weer de wind in
voor zijn ogen weer de zon
achter zijn rug een visser.

Achter zijn rug een visser
en het geheugen is al pijn
het is al het gemis van een april
gespeeld in de schaduw van een binnenplaats.

Twee gendarmes kwamen te paard
ze kwamen te paard met wapens
vroegen de oude man of daar dichtbij
een moordenaar was gepasseerd.

Maar in de schaduw van de laatste zon
was de visser in slaap gevallen
hij had een groef op zijn gezicht
als een soort glimlach
hij had een groef op zijn gezicht
als een soort glimlach.

Escrita por: Fabrizio De André