Au café de la paix
Rendez-vous
À la brasserie
Du café de la paix.
Je t'attendrai.
Je porte un feutre
De couleur neutre
Et mon pardessus
N'est pas brillant non plus.
Je pose rai mon journal
Sur le bar devant moi.
Je pose rai mon journal,
Tu me reconnaîtras.
Si t'es en retard,
Passé le quart
Je prendrai un demi
Pour noyer mon ennui.
Si t'est en retard,
Jusqu'au soir
Je prendrai un sérieux
Pour le noyer mieux.
Je plierai mon journal
Sur le bar devant moi,.
Je plierai mon journal.
Tu me reconnaîtras,
Lalala.
On ira
Où tu voudras.
Tu me prendras le bras
Comme autrefois.
On ira voir note rue,
Notre chambre au sixième.
Tout ça n'existe plus
Mais on ira quand même.
L'annonce dans le journal
Est paru il y un mois.
Si tu lis ce journal,
Tu te reconnaîtras,
Lalala.
On ira voir la Seine
Et le coeur de Paris...
Ma maison de carton
Au pont Marie...
On ira voir ailleurs,
On ira faire fortune...
On ira voir ailleurs
Parce qu'il est l'heure.
Les chaises sont sur les tables.
C'est la fin de la fable.
Je pose ce qu'il me reste
Sur le bar devant moi:
Trois clous et un bouton de veste.
Tu ne me reconnaîtras pas.
La nuit étreint le ciel,
La nuit étreint le ciel.
Allez, mon rossignol,
La vie est belle.
Bij het café van de vrede
Rendez-vous
Bij de brasserie
Van het café van de vrede.
Ik zal op je wachten.
Ik draag een hoed
In een neutrale kleur
En mijn overjas
Is ook niet zo opvallend.
Ik leg mijn krant
Op de bar voor me neer.
Ik leg mijn krant neer,
Je zult me herkennen.
Als je te laat bent,
Na een kwartier
Neem ik een biertje
Om mijn verveling te verdrinken.
Als je te laat bent,
Tot de avond
Neem ik een sterke
Om het beter te verdrinken.
Ik vouw mijn krant
Op de bar voor me,
Ik vouw mijn krant.
Je zult me herkennen,
Lalala.
We gaan
Waar jij wilt.
Je neemt me bij de arm
Zoals vroeger.
We gaan kijken naar onze straat,
Onze kamer op de zesde.
Dat bestaat niet meer,
Maar we gaan toch.
De aankondiging in de krant
Is een maand geleden verschenen.
Als je deze krant leest,
Zul je jezelf herkennen,
Lalala.
We gaan de Seine zien
En het hart van Parijs...
Mijn kartonnen huis
Bij de Pont Marie...
We gaan ergens anders kijken,
We gaan ons fortuin maken...
We gaan ergens anders kijken
Want het is tijd.
De stoelen staan op de tafels.
Het is het einde van het verhaal.
Ik leg wat ik nog heb
Op de bar voor me:
Drie spijkers en een knoop van mijn jas.
Je zult me niet herkennen.
De nacht omarmt de lucht,
De nacht omarmt de lucht.
Kom op, mijn nachtegaal,
Het leven is mooi.