395px

Lied van de Twaalf Maanden

Francesco Guccini

Canzone Dei Dodici Mesi

Viene Gennaio silenzioso e lieve, un fiume addormentato
fra le cui rive giace come neve il mio corpo malato, il mio corpo malato...
Sono distese lungo la pianura bianche file di campi,
son come amanti dopo l'avventura neri alberi stanchi, neri alberi stanchi...

Viene Febbraio, e il mondo è a capo chino, ma nei convitti e in piazza
lascia i dolori e vesti da Arlecchino, il carnevale impazza, il carnevale impazza...
L'inverno è lungo ancora, ma nel cuore appare la speranza
nei primi giorni di malato sole la primavera danza, la primavera danza..

Cantando Marzo porta le sue piogge, la nebbia squarcia il velo,
porta la neve sciolta nelle rogge il riso del disgelo, il riso del disgelo...
Riempi il bicchiere, e con l'inverno butta la penitenza vana,
l'ala del tempo batte troppo in fretta, la guardi, è già lontana, la guardi, è già lontana...

O giorni, o mesi che andate sempre via, sempre simile a voi è questa vita mia.
Diverso tutti gli anni, ma tutti gli anni uguale,
la mano di tarocchi che non sai mai giocare, che non sai mai giocare.

Con giorni lunghi al sonno dedicati il dolce Aprile viene,
quali segreti scoprì in te il poeta che ti chiamò crudele, che ti chiamò crudele...
Ma nei tuoi giorni è bello addormentarsi dopo fatto l'amore,
come la terra dorme nella notte dopo un giorno di sole, dopo un giorno di sole...

Ben venga Maggio e il gonfalone amico, ben venga primavera,
il nuovo amore getti via l'antico nell' ombra della sera, nell' ombra della sera...
Ben venga Maggio, ben venga la rosa che è dei poeti il fiore,
mentre la canto con la mia chitarra brindo a Cenne e a Folgore, brindo a Cenne e a Folgore...

Giugno, che sei maturità dell'anno, di te ringrazio Dio:
in un tuo giorno, sotto al sole caldo, ci sono nato io, ci sono nato io...
E con le messi che hai fra le tue mani ci porti il tuo tesoro,
con le tue spighe doni all' uomo il pane, alle femmine l' oro, alle femmine l' oro...

O giorni, o mesi che andate sempre via, sempre simile a voi è questa vita mia.
Diverso tutti gli anni, ma tutti gli anni uguale,
la mano di tarocchi che non sai mai giocare, che non sai mai giocare...

Con giorni lunghi di colori chiari ecco Luglio, il leone,
riposa, bevi e il mondo attorno appare come in una visione, come in una visione...
Non si lavora Agosto, nelle stanche tue lunghe oziose ore
mai come adesso è bello inebriarsi di vino e di calore, di vino e di calore...

Settembre è il mese del ripensamento sugli anni e sull' età,
dopo l' estate porta il dono usato della perplessità, della perplessità...
Ti siedi e pensi e ricominci il gioco della tua identità,
come scintille brucian nel tuo fuoco le possibilità, le possibilità...

Non so se tutti hanno capito Ottobre la tua grande bellezza:
nei tini grassi come pance piene prepari mosto e ebbrezza, prepari mosto e ebbrezza...
Lungo i miei monti, come uccelli tristi fuggono nubi pazze,
lungo i miei monti colorati in rame fumano nubi basse, fumano nubi basse...

O giorni, o mesi che andate sempre via, sempre simile a voi è questa vita mia.
Diverso tutti gli anni, e tutti gli anni uguale,
la mano di tarocchi che non sai mai giocare, che non sai mai giocare...

Cala Novembre e le inquietanti nebbie gravi coprono gli orti,
lungo i giardini consacrati al pianto si festeggiano i morti, si festeggiano i morti...
Cade la pioggia ed il tuo viso bagna di gocce di rugiada
te pure, un giorno, cambierà la sorte in fango della strada, in fango della strada...

E mi addormento come in un letargo, Dicembre, alle tue porte,
lungo i tuoi giorni con la mente spargo tristi semi di morte, tristi semi di morte...
Uomini e cose lasciano per terra esili ombre pigre,
ma nei tuoi giorni dai profeti detti nasce Cristo la tigre, nasce Cristo la tigre...

O giorni, o mesi che andate sempre via, sempre simile a voi è questa vita mia.
Diverso tutti gli anni, ma tutti gli anni uguale,
la mano di tarocchi che non sai mai giocare, che non sai mai giocare
che non sai mai giocare, che non sai mai giocare
che non sai mai giocare, che non sai mai giocare...

Lied van de Twaalf Maanden

Vindt Januari stil en zacht, een slapende rivier
langs de oevers ligt als sneeuw mijn zieke lichaam, mijn zieke lichaam...
Langs de vlakte liggen witte rijen velden,
ze zijn als geliefden na het avontuur, vermoeide zwarte bomen, vermoeide zwarte bomen...

Vindt Februari, en de wereld is met het hoofd gebogen, maar in de huizen en op het plein
laat de pijn en kleed je als Arlecchino, het carnaval raast, het carnaval raast...
De winter duurt nog even, maar in het hart verschijnt de hoop
in de eerste dagen van zieke zon danst de lente, danst de lente...

Zingend brengt Maart zijn regen, de mist scheurt het doek,
bracht de gesmolten sneeuw in de sloten de lach van het ontdooien, de lach van het ontdooien...
Vul het glas, en gooi met de winter de nutteloze boetedoening weg,
de vleugel van de tijd slaat te snel, kijk, het is al ver weg, kijk, het is al ver weg...

O dagen, o maanden die altijd weer verdwijnen, altijd lijkt deze leven op jullie.
Anders elk jaar, maar elk jaar hetzelfde,
de hand van tarotkaarten die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen.

Met lange dagen gewijd aan de slaap komt de zoete April,
welke geheimen ontdekte de dichter in jou die je wreed noemde, die je wreed noemde...
Maar in jouw dagen is het mooi om in slaap te vallen na de liefde,
zoals de aarde slaapt in de nacht na een dag zon, na een dag zon...

Welkom Mei en de vriendelijke banier, welkom lente,
de nieuwe liefde gooit de oude weg in de schaduw van de avond, in de schaduw van de avond...
Welkom Mei, welkom de roos die de bloem van de dichters is,
terwijl ik het zing met mijn gitaar, hef ik het glas op Cenne en Folgore, hef ik het glas op Cenne en Folgore...

Juni, die de rijpheid van het jaar bent, dank ik God voor jou:
in een van jouw dagen, onder de warme zon, ben ik geboren, ben ik geboren...
En met de oogsten die je in je handen hebt, breng je ons je schat,
met je aren geef je de man het brood, de vrouwen het goud, de vrouwen het goud...

O dagen, o maanden die altijd weer verdwijnen, altijd lijkt deze leven op jullie.
Anders elk jaar, maar elk jaar hetzelfde,
de hand van tarotkaarten die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen...

Met lange dagen van heldere kleuren komt hier Juli, de leeuw,
rust uit, drink en de wereld om je heen lijkt als in een visioen, als in een visioen...
In Augustus wordt er niet gewerkt, in jouw vermoeiende lange luie uren
nooit was het zo mooi om zich te laten bedwelmen door wijn en warmte, door wijn en warmte...

September is de maand van heroverweging over de jaren en de leeftijd,
na de zomer brengt het de gebruikte gift van twijfels, van twijfels...
Je gaat zitten en denkt en begint het spel van je identiteit opnieuw,
zoals vonkjes branden in jouw vuur de mogelijkheden, de mogelijkheden...

Ik weet niet of iedereen de grote schoonheid van Oktober heeft begrepen:
in de vette vaten zoals volle buiken bereid je most en dronkenschap, bereid je most en dronkenschap...
Langs mijn bergen, zoals treurige vogels, vluchten de gekke wolken,
langs mijn bergen gekleurd in koper, rookt de lage wolken, rookt de lage wolken...

O dagen, o maanden die altijd weer verdwijnen, altijd lijkt deze leven op jullie.
Anders elk jaar, maar elk jaar hetzelfde,
de hand van tarotkaarten die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen...

November daalt neer en de verontrustende zware mist bedekt de tuinen,
langs de tuinen gewijd aan het huilen worden de doden gevierd, worden de doden gevierd...
De regen valt en je gezicht wordt nat van druppels dauw
ook jij, op een dag, zal het lot veranderen in de modder van de weg, in de modder van de weg...

En ik val in slaap als in een winterslaap, December, aan jouw poorten,
langs jouw dagen verspreid ik treurige zaden van de dood, treurige zaden van de dood...
Mensen en dingen laten slanke luie schaduwen achter op de grond,
maar in jouw dagen, van de profeten gezegd, wordt Christus de tijger geboren, wordt Christus de tijger geboren...

O dagen, o maanden die altijd weer verdwijnen, altijd lijkt deze leven op jullie.
Anders elk jaar, maar elk jaar hetzelfde,
de hand van tarotkaarten die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen,
die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen,
die je nooit weet te spelen, die je nooit weet te spelen...

Escrita por: