De Koolmees
Als het koud is in de winter
Zit een koolmees op mijn tak
En dan trekt de felle vrieskou
Dwars door koolmeesjes verenpak
Ik hang dan pinda's aan een lijntje
En een flink stuk dik spekzwoerd
Zo wordt zij, ondanks de koude
Kogelrond door mij gevoerd
Als de winter is vergangen
Wordt het onvermijdelijk mei
En dan legt mijn trouwe koolmees
Onherroepelijk een ei
Dat eitje moet een dankbetuiging
Voor mijn lijn met pinda's zijn
Daarom smaakt dat koolmeeseitje
Mij ieder jaar weer dubbelfijn
El Carbonero
Cuando hace frío en el invierno
Un carbonero se posa en mi rama
Y el intenso frío penetrante
Atraviesa el plumaje del carbonero
Cuelgo cacahuetes en un cordel
Y un buen trozo de tocino grueso
Así, a pesar del frío
La alimento redondita
Cuando el invierno ha pasado
Inevitablemente llega mayo
Y entonces mi fiel carbonero
Pone sin falta un huevo
Ese huevo es un agradecimiento
Por mis cacahuetes colgados
Por eso ese huevito de carbonero
Me sabe doblemente bien cada año