Une Belle Histoire
C'est un beau roman
C'est une belle histoire
C'est une romance d'aujourd'hui
Il rentrait chez lui, là-haut vers le brouillard
Elle descendait dans le Midi, le Midi
Ils se sont trouvés au bord du chemin
Sur l'autoroute des vacances
C'était sans doute un jour de chance
Ils avaient le ciel à portée de main
Un cadeau de la Providence
Alors, pourquoi penser aux lendemains
Ils se sont cachés dans un grand champ de blé
Se laissant porter par le courant
Se sont raconté leurs vies qui commençaient
Ils n'étaient encore que des enfants, des enfants
Qui s'étaient trouvés au bord du chemin
Sur l'autoroute des vacances
C'était sans doute un jour de chance
Qui cueillirent le ciel au creux de leur main
Comme on cueille la Providence
Refusant de penser aux lendemains
C'est un beau roman
C'est une belle histoire
C'est une romance d'aujourd'hui
Il rentrait chez lui, là-haut vers le brouillard
Elle descendait dans le Midi, le Midi
Ils se sont quittés au bord du matin
Sur l'autoroute des vacances
C'était fini le jour de chance
Ils reprirent alors chacun leur chemin
Saluèrent la Providence
En se faisant un signe de la main
Il rentra chez lui, là-haut vers le brouillard
Elle est descendue là-bas dans le Midi
C'est un beau roman
C'est une belle histoire
C'est une romance d'aujourd'hui
Een Mooi Verhaal
Het is een mooi verhaal
Het is een prachtig verhaal
Het is een romance van vandaag
Hij ging naar huis, daarboven in de mist
Zij ging naar beneden, naar het Zuiden, het Zuiden
Ze vonden elkaar aan de rand van de weg
Op de snelweg van de vakantie
Het was vast een geluksdag
Ze hadden de lucht binnen handbereik
Een cadeau van de Voorzienigheid
Dus, waarom denken aan de dagen die komen
Ze verstopten zich in een groot tarweveld
Zich laat meevoeren door de stroom
Vertelden elkaar over hun levens die begonnen
Ze waren nog maar kinderen, kinderen
Die elkaar vonden aan de rand van de weg
Op de snelweg van de vakantie
Het was vast een geluksdag
Die de lucht plukten in hun handpalm
Zoals je de Voorzienigheid plukt
Weigerend te denken aan de dagen die komen
Het is een mooi verhaal
Het is een prachtig verhaal
Het is een romance van vandaag
Hij ging naar huis, daarboven in de mist
Zij ging naar beneden, naar het Zuiden, het Zuiden
Ze namen afscheid bij het ochtendgloren
Op de snelweg van de vakantie
Het was voorbij, de geluksdag
Ze gingen weer ieder hun eigen weg
Ze groetten de Voorzienigheid
Met een gebaar van de hand
Hij ging naar huis, daarboven in de mist
Zij ging naar beneden daar in het Zuiden
Het is een mooi verhaal
Het is een prachtig verhaal
Het is een romance van vandaag