C'est pas de l'amour mais c'est tout comme
Avant que cette chanson-là ne soit posthume
Je veux rendre hommage, une fois n'est pas coutume
A toi l'instit qui à coups de latte
M'a fait passer le goût des maths
Toi l'acnéenne assez salope
Pour me faire fumer mon premier clope
Toi le pion maniaque et pervers
Qui avec ton QI de pivert
Montrait dans tes grands yeux stupides
L'infinie dictature du vide
De toi, à moi, quand j'y repense
Je me dis que j'ai eu de la chance
Que la vie m'a fait une fleur
De toi, à moi, et d'homme à homme
C'est pas de l'amour, mais c'est tout comme
Ceux qui m'ont appris la vie vont me permettre
De leur dire merci comme on salue ses maîtres
Toi le faux-cul, toi le faux frère
Qui me collait comme un cocker
Qui me trouvais tout grand tout beau
Et m'a fait un enfant dans le dos
Toi le banquier, toi l'homme honnête
Près de tes sous près du bon Dieu
Qui m'as appuyé sur la tête
Quand j'étais dedans jusqu'aux yeux
De toi, à moi, quand j'y repense
Je me dis que j'ai eu de la chance
Que la vie m'a fait une fleur
De toi, à moi, et d'homme à homme
C'est pas de l'amour, mais c'est tout comme
Je voudrais conclure car il faut bien conclure
Ce modeste hommage à l'ordre des ordures
Toi...
Avec une fleur au bout des doigts
Une fleur d'hiver, un chrysanthème
Pour me trahir une dernière fois
Et toi Satan, toi Lucifer
Qui me réserve patiemment
Une place au chaud dans ton enfer
Moi qui n'ai pas toujours été tout blanc
De toi, à moi, quand j'y repense
Je me dis que j'ai eu de la chance
Que la vie m'a fait une fleur
De toi, à moi, et d'homme à homme
C'est pas de l'amour, mais c'est tout comme
Het is geen liefde, maar het lijkt er wel op
Voordat dit nummer postuum wordt
Wil ik eer betuigen, één keer is geen keer
Aan jou, de leraar die met je liniaal
Mij de smaak voor wiskunde deed verliezen
Jij, de puistige slet
Die me mijn eerste sigaret deed roken
Jij, de maniakale en perverse surveillant
Die met je IQ van een specht
In je grote domme ogen liet zien
De eindeloze dictatuur van de leegte
Van jou, naar mij, als ik eraan terugdenk
Zeg ik dat ik geluk heb gehad
Dat het leven me een kans heeft gegeven
Van jou, naar mij, en van man tot man
Het is geen liefde, maar het lijkt er wel op
Diegenen die me het leven hebben geleerd, zullen me toestaan
Om ze te bedanken zoals je je leraren begroet
Jij, de schijnheilige, jij, de valse broer
Die me volgde als een cocker
Die me altijd groot en mooi vond
En me in de rug een kind heeft gegeven
Jij, de bankier, jij, de eerlijke man
Dicht bij je geld, dicht bij God
Die me op mijn hoofd drukte
Toen ik tot mijn ogen in de problemen zat
Van jou, naar mij, als ik eraan terugdenk
Zeg ik dat ik geluk heb gehad
Dat het leven me een kans heeft gegeven
Van jou, naar mij, en van man tot man
Het is geen liefde, maar het lijkt er wel op
Ik wil afsluiten, want je moet wel afsluiten
Deze bescheiden eerbetoon aan de orde der vuiligheid
Jij...
Met een bloem tussen je vingers
Een winterbloem, een chrysant
Om me voor de laatste keer te verraden
En jij, Satan, jij, Lucifer
Die me geduldig
Een warme plek in jouw hel voorbehoudt
Ik, die niet altijd zo wit ben geweest
Van jou, naar mij, als ik eraan terugdenk
Zeg ik dat ik geluk heb gehad
Dat het leven me een kans heeft gegeven
Van jou, naar mij, en van man tot man
Het is geen liefde, maar het lijkt er wel op