Benedici o Signore
Nebbia e freddo, giorni lunghi e amari
Mentre il seme muore. poi il prodigio
Antico e sempre nuovo del primo filo d'erba
E nel vento dell'estate ondeggiano le spighe:
Avremo ancora pane.
Benedici, o signore, questa offerta che portiamo a te.
Facci uno come il pane che anche oggi hai dato a noi.
Nei filari, dopo il lungo inverno fremono le viti.
La rugiada avvolge nel silenzio i primi tralci verdi,
Poi i colori dell'autunno coi grappoli maturi:
Avremo ancora vino.
Benedici, o signore, questa offerta che portiamo a te.
Facci uno come il vino che anche oggi hai dato a noi.
Zegen, o Heer
Mist en kou, lange en bittere dagen
Terwijl het zaad sterft, dan het wonder
Oud en altijd nieuw van het eerste grassprietje
En in de zomerwind wuiven de aren:
We zullen weer brood hebben.
Zegen, o Heer, dit offer dat we aan U brengen.
Maak ons één zoals het brood dat U ook vandaag aan ons gaf.
In de rijen, na de lange winter trillen de wijnstokken.
De dauw omhult in stilte de eerste groene scheuten,
Dan de kleuren van de herfst met de rijpe trossen:
We zullen weer wijn hebben.
Zegen, o Heer, dit offer dat we aan U brengen.
Maak ons één zoals de wijn die U ook vandaag aan ons gaf.