395px

De kinderen van gisteren

Georges Moustaki

Les enfants d'hier

Nous sommes des enfants d'hier
Qui n'ont pas encore grandi.
Nous tirons encore la langue
Et nous faisons beaucoup de bruit.
Nous jouons avec des guitares
Et nous écrivons des chansons.
Nous fumons des herbes bizarres
Qui poussent autour de la maison.

Parfois, la vie nous illumine
Quand le soleil est de retour
Sur le sommet de ces collines
Où nous allons faire l'amour.
C'est nous que les voisins détestent,
C'est à nous qu'on offre des fleurs.
On surveille nos moindres gestes,
On reprend nos chansons en chœur.

Notre berceuse était amère
Quand nous étions petits soldats,
Lorsque, dehors, il faisait guerre,
Lorsque, dedans, il faisait froid.

Nous sommes des enfants d'hier
Qui n'ont pas encore grandi.
Nous tirons encore la langue
Et nous faisons beaucoup de bruit.

De kinderen van gisteren

Wij zijn de kinderen van gisteren
Die nog niet zijn gegroeid.
We steken nog steeds onze tong uit
En maken veel lawaai.
We spelen met gitaren
En schrijven onze liedjes.
We roken vreemde kruiden
Die rondom het huis groeien.

Soms verlicht het leven ons
Wanneer de zon weer terug is
Op de toppen van deze heuvels
Waar we liefde bedrijven.
Het zijn wij die de buren haten,
Het zijn wij die bloemen krijgen.
We letten op onze minste gebaren,
We zingen onze liedjes in koor.

Onze wiegelied was bitter
Toen we kleine soldaten waren,
Toen het buiten oorlog was,
Toen het binnen koud was.

Wij zijn de kinderen van gisteren
Die nog niet zijn gegroeid.
We steken nog steeds onze tong uit
En maken veel lawaai.