395px

Ballad of the Wonder Organ

Gerard Cox

Ballade van het wonderorgel

Krijg je een ouwe Rotterdammer
Eenmaal aan de praat
Dan maak je 'n goeie kans op het verhaal
Dat over 't orgel in die bios
Op de Hoogstraat gaat
Dat kennen ze zo'n beetje allemaal
Dat was een wonder
Bijzonder

Twee joodse landverhuizers
Hebben ruim een jaar gebouwd
Voordat dat ding geluid gaf, goed en wel
Maar toen,! Je wist niet wat je hoorde
Je werd warm en koud
Je zweefde, je kwam klaar, kreeg kippevel

Zo zwoel, zo dwepend
Meeslepend

Want dat orgel had een ziel
Die zong van-dik-hout-zaagt-men-planken
Tranen kreeg je in je ogen
En je wist niet of het kwam
Van 't janken
Van de lach
Of soms van het Wilhellemus-gevoel
Maar je wist
Jij zou beslist
Voor elk mooi doel
Je leven geven
't Orgel galmde heldenmoed
Moord en brand en bloed

Als horden ongecultiveerde
Indianen galoppeerden
Om te jagen op de scalp van Tom Mix
Als Harry Piel met Asta Nielsen in de struiken dook
Kon je die kamperfoelie horen, en nog ruiken ook
Dat orgel stond voor niks

't Orgel galmde heldenmoed
Liefde, seks en bloed

Je kreeg een jungle, waar de wilde
Beesten brulden, krijsten, gilden
Loeiden, sisten, kwinkeleerden als de hel
De Niagara waterval, de Orient Express
Een slagveld uit de Wereldoorlog en een jazz-orkes
Een kloosterklokkenspel

't Orgel galmde heldenmoed
Vroomheid, rampen, bloed

Een hele stad in lichterlaaie
Zeekastelen naar de haaien
Nou, dan gingen de registers effen open
De vlammen sloegen uit je hoofd
En menigeen heeft soms geloofd
Dat ie Op Hoop Van Zegen zelf was verzopen

't Orgel galmde heldenmoed
Moord en brand en bloed

Toch kwam de ergste gruwelfilm
Niet op het doek van 't huis
Uit de toverlantaren. Nee. Die kwam
Uit een blauwe lucht vol
Bommenwerpers met een hakenkruis
Loodrecht omlaag op 't hart van Rotterdam

Dat was veroordeeld
Tot voorbeeld

Eerst de ontploffingen
Toen de brand - Een helse baaierd van vuur
De molenaar aan het Oostplein deed
Wat ze al sinds de middeleeuwen doen
Bij brandgevaar
De wieken laten draaien
Dan waaien de vonken weg

Zijn molen bleef gespaard
Maar mensen, woonhuizen, kerken, fabrieken
Winkels, theaters
Hebben geen wieken

Zo is die bioscoop ontvlamd
En langzaam ingestort
Toneel. Balkon. De muren. Het plafond
Het wonderorgel kreeg de brokken
Op z'n toetsenbord
Het kermde, dat je 't buiten horen kon

Huiveringwekkend
Verrekkend

Want dat orgel had een ziel
Die angst en schrik en pijn verraadde
Eerst nog pianissimo
Een schietgebedje om genade
Maar bij al 't gedonder
Van de bommen
Is dit God ontgaan
Dus geen wonder
Dat ook geen piloot
Het heeft verstaan
Het hulpeloos schietgebedje raakte zoek
En het werd een vloek

In de Oppert lag een jongen heel stil
Op de stoep van wat zijn huis was geweest
Zijn horloge stond op tien voor half twee
Het ogenblik van de eerste voltreffer
Wie weet heeft hij meer geluk gehad dan honderden anderen
Voor wie de dood uren later pas definitief werd

Je kleren vlogen buiten
Van de hitte in de hens
In de Pannekoekstraat deed een kastelein
Het luik voor 't raam
Door dronken lallend, biddend
Zestig mensen
Tot ze door het vuur bedolven zijn

Laten we hopen
Straalbezopen

Drie dienstmeisjes van de Oud-Katholieke Kerk
Aan de Torenstraat dachten
In de kluis, daar zit je veilig voor de bommen
Dat was waar
Maar met een ingestorte kerk eroverheen
Krijg je achteraf de safe-deur niet meer open
En vervolgens kwam de brand
Toen later puinruimers de kluis opentrokken
Troffen ze op de bodem 1 gesmolten massa aan

De man die 's ochtends
Zijn gezin nog heelhuids achterliet
Vond half zijn Jonker Fransstraat platgelegd
En brulde naar de lucht
"Dit neemt ik godverdomme niet!"
Nooit is Gods naam misbruikt
Met zoveel recht

Voor zulke moorden
Bestaan geen woorden

Bij Douwe Egberts
Lag een pakhuis vol koffiebonen
Die werden voor de tweede keer gebrand
Toen ging het bluswater eroverheen
Dat aan de kook raakte
Zo komt het, dat de binnenstad dagenlang geurde
Niet alleen naar brandende vuilnisbelten
Maar ook schrijnend-gezellig naar een sterk bakkie troost
Bittere, schrale troost

Op de Noordsingel kreeg de gevangenis een voltreffer
Dus hebben ze de deuren opengezet
En in de ouwe diergaarde
Zijn de bloeddorstige beesten doodgeschoten
En de overige kooien opengezet
Dus apen en papegaaien
In de bomen langs de Westersingel
Kangoeroes op de Kruiskade
Struisvogels in 't Zwaanshals
De Zwart Janstraat

En in het brakke
Grachtje langs de Molenwaterweg
Een zeeleeuw. En giraffes op 't Hofplein
Maar de verraderlijkste beesten
Vlogen alweer ver
Op thuisreis naar hun holen bij Berlijn

Om zich te melden
Als helden

In de lege bioscoop
Heeft men het orgel horen zuchten
Vruchteloos probeerde 't
Met z'n trappelende paarden
Weg te vluchten
Brullend smeet het
Heel z'n waterval
Naar vuur en vlam
Stervend heeft het toen
De doodsklok nog geluid
Voor Rotterdam
Een vals akkoord van heldenmoed
Moord en brand en bloed
En 't wonderorgel zweeg
Voorgoed

Ballad of the Wonder Organ

If you get an old Rotterdammer
Once he starts talking
Then you have a good chance of hearing the story
About the organ in that cinema
On Hoogstraat
Almost everyone knows it
It was a wonder
Special

Two Jewish emigrants
Worked on it for over a year
Before that thing made a sound, properly
But then, you couldn't believe what you heard
You felt hot and cold
You floated, you climaxed, got goosebumps

So sultry, so captivating
Enthralling

Because that organ had a soul
That sang 'from thick wood, one saws planks'
Tears came to your eyes
And you didn't know if it came
From crying
From laughter
Or sometimes from the feeling of the national anthem
But you knew
You would definitely
Give your life
For any noble cause
The organ resounded with heroism
Murder and fire and blood

As hordes of uncultivated
Indians galloped
To hunt for Tom Mix's scalp
As Harry Piel dove into the bushes with Asta Nielsen
You could hear that honeysuckle, and even smell it
That organ stood for nothing

The organ resounded with heroism
Love, sex, and blood

You got a jungle, where the wild
Beasts roared, screeched, screamed
Mooed, hissed, chirped like hell
The Niagara Falls, the Orient Express
A battlefield from the World War and a jazz orchestra
A monastery carillon

The organ resounded with heroism
Piety, disasters, blood

A whole city in flames
Seaside castles going to the sharks
Well, then the stops were pulled open
The flames shot out of your head
And many a person sometimes believed
That they had drowned themselves in 'On Hope of Blessings'

The organ resounded with heroism
Murder and fire and blood

Yet the worst horror film
Did not come on the screen of the house
From the magic lantern. No. That came
From a blue sky full
Of bombers with a swastika
Straight down on the heart of Rotterdam

That was condemned
As an example

First the explosions
Then the fire - A hellish chaos of fire
The miller at Oostplein did
What they have been doing since the Middle Ages
In case of fire
Let the sails turn
Then the sparks blow away

His mill was spared
But people, houses, churches, factories
Shops, theaters
Don't have sails

That cinema ignited
And slowly collapsed
Stage. Balcony. The walls. The ceiling
The wonder organ got the debris
On its keyboard
It groaned, audible outside

Chilling
Agonizing

Because that organ had a soul
That betrayed fear and terror and pain
At first pianissimo
A prayer for mercy
But with all the thunder
Of the bombs
This escaped God
So no wonder
That no pilot
Understood it
The helpless prayer was lost
And it turned into a curse

In Oppert lay a boy very still
On the sidewalk of what had been his house
His watch showed ten to half past one
The moment of the first direct hit
Who knows, he may have been luckier than hundreds of others
For whom death only became definitive hours later

Your clothes flew outside
From the heat to the flames
In Pannekoekstraat a barkeeper
Closed the hatch in front of the window
By drunkenly babbling, praying
Sixty people
Until they were buried by the fire

Let's hope
Totally drunk

Three maids from the Old Catholic Church
On Torenstraat thought
In the vault, you're safe from the bombs
That was true
But with a collapsed church on top
You can't open the safe door afterwards
And then came the fire
When later the debris removers opened the vault
They found a melted mass at the bottom

The man who left his family
Safe and sound in the morning
Found half of Jonker Fransstraat flattened
And roared at the sky
'I damn well won't take this!'
Never has God's name been misused
With such justification

For such murders
There are no words

At Douwe Egberts
There was a warehouse full of coffee beans
They were roasted for the second time
Then the extinguishing water came over them
Which boiled
That's why the city center smelled for days
Not only of burning garbage dumps
But also poignantly cozy of a strong cup of comfort
Bitter, meager comfort

On Noordsingel the prison got a direct hit
So they opened the doors
And in the old zoo
The bloodthirsty animals were shot dead
And the remaining cages were opened
So monkeys and parrots
In the trees along Westersingel
Kangaroos on Kruiskade
Ostriches in Zwaanshals
Zwart Janstraat

And in the brackish
Canal along Molenwaterweg
A sea lion. And giraffes on Hofplein
But the most treacherous animals
Flew far away again
Returning home to their dens in Berlin

To report
As heroes

In the empty cinema
They heard the organ sigh
Fruitlessly it tried
With its kicking horses
To flee
Roaring it threw
Its whole waterfall
Towards fire and flame
Dying, it then
Sounded the death knell
For Rotterdam
A false chord of heroism
Murder and fire and blood
And the wonder organ fell silent
Forever

Escrita por: