Een Fietstocht
Een fietstocht door het waterland,
ik zing in avondrood
Van twee bejaarden in de sneeuw,
die wachten op de dood
Als ik een jaar of tachtig ben,
kom ik hier zeker terug,
Ik weet dat ik dan prachtig ben,
verweerd met kromme rug.
Ik draag een wollen mutsje
op een wijze kop van leer,
Begin ineens te huilen
want ik voel, ik kan niet meer.
En dan neem jij de auto
en je haalt me van het land,
We rijden met z'n tweeën
naar het westen, naar het strand.
We zien de zon, we zien de zee,
we kijken naar elkaar,
Een laatste kus, een schietgebed,
het afscheid valt niet zwaar.
We zoeken een geschikte plek,
vooruit en dan rechtsaf,
we rijden zonder aarzeling
in het ruime zeemansgraf.
We kiezen een geschikte plek
en kiezen voor de dood
En vinden onze eeuwigheid
bij het laatste avondrood.
Un paseo en bicicleta
Un paseo en bicicleta por la tierra del agua,
Canto en el crepúsculo
De dos ancianos en la nieve,
que esperan la muerte
Cuando tenga unos ochenta años,
seguro que regresaré aquí,
Sé que entonces seré hermoso,
ajado con la espalda encorvada.
Llevo un gorro de lana
en una sabia cabeza de cuero,
De repente comienzo a llorar
porque siento que no puedo más.
Y luego tú tomas el auto
y me sacas del campo,
Conducimos juntos
hacia el oeste, hacia la playa.
Vemos el sol, vemos el mar,
nos miramos mutuamente,
Un último beso, una oración,
la despedida no es difícil.
Buscamos un lugar adecuado,
adelante y luego a la derecha,
conducimos sin vacilar
hacia la amplia tumba marina.
Elegimos un lugar adecuado
y optamos por la muerte
Y encontramos nuestra eternidad
en el último crepúsculo.
Escrita por: Boudewijn de Groot / Jan Rot