395px

Hexen-Sabbat (Teil 2)

Boudewijn De Groot

Heksen-sabbath (Deel 2)

De metingen zijn verricht
Een vrouwzachte stem streelt de handelingen van Mefistofelis, de magier
van het
losse zand
In de schaduwen van een nieuwe maan, op de grens van de randgeaarde wereld
Strekt het gebied van de magister zich uit onder een dekmantel van zeer
gewone
dingen
Onlangs stond in een strook van bergen de man op een vrouw gelijk
Hij bezat de formules waarmee een vrouw tot man werd

De kleuren van z'n stem
De bruine ogen in z'n gelaat
De lange strengen van z'n haar
Het hanteerde met simpele gebaren het gebergte tot grondstoffen voor de
Homunculus
Kind buiten de moeder, kind uit de moeder
Zoals hij
Torralba & Gauricus

De spreuken van z'n heer, Meester magier Paracelsus, astroloog en
alchimist
Keerden nu weer in de gedaante van de Homunculus
Het kind buiten de moeder, kind uit de moeder
Zoals hij
Torralba & Gauricus

In de diepte van vele spelonken droegen vrouwen ertoe bij dat formules
elementen
smolten
Zoals het zand tot spiegels werd, uit het niets gelijk
De Homunculus
Het kind buiten de moeder, kind uit de moeder
Zoals hij
Torralba & Gauricus

Maar Swedenborgh reeds vloog Stockholm voorbij om achter zich de vlammen
te zien
van een katastrofe in z'n gedachten
Zoals ook de homunculus werd het kind buiten de moeder, kind uit de moeder
Zoals hij
Torralba & Gauricus

En daar zitten ze
Duivel en Tlazolteolf, koningin van de sabbath
Gekroond als koningen, koninginnen die op aarde sterven in geld en
marmelade
Prinsen en prinsessen wier pruiken schroeien in de vlammen van het
brandend
kruis
Daar zit hij, de Duivel wiens kont is gelikt en die zich nu te goed doet
aan het
vlees van verkoolde kinderen
En voor zijn troon dansen en zingen heksen te zijner ere

Kinderen van Arion
Kinderen van Nerion
Kinderen van Ur, Baldar en Sater
Kinderen van de maan
Dochters van Varaan
Zonen van Waldaan
Noem de naam

Van Ra en Baldur
Kinderen van Ur, Myrthe en Syra
Vrouwen van de god
Achter de stromen
Achter de bomen
Waar de trollen wonen
Noem de naam

Goden en saters, langs koele waters, preken wat waar is
In de naam van Ra, dochter en zoon, heer van de troon is Loon de ikoon
Noem de naam
Van Jimjohn de dwerg, nicht van de berg
Van de god Alister, waar woont de zwaan
Kinderen van de maan
Dochters van Varaan, Ioda en god Waldaan
Noem de naam
De naam Arfistel
De naam Mefistel
Vouw het epistel, brandt het en tel tot vier
Satan is hier

En dan wijken allen voor hen die van verre kwamen en nieuw zijn
De nieuwgekomenen

'Alegros, que gente nueva tenemos, alegremos'

En dan wijken allen voor hen
Welkom in de naam van Satan en zijn volgelingen
In stilte stijgen zij af, als ze kwamen op bokken die langs maan en
nevelvlek
hun weg vonden naar hier
Dan lopen ze langzaam in een rij naar het gevallen kruis en vertrappen het
in
afschuw en woede
In hun weelderige gewaden naderen ze nu de troon van de kwade monarch die
opstaat en zijn hand heft
Men knielt en wacht
De vrouwen met lange rokken van welstand en adel, besmeurd met modder en
mos
Heren die in het achterland paraderen als God en Gabriel en nu wachten op
het
doopsel van de duivel
In hun gevouwen handen bieden zij ziel en zaligheid
Ze worden tot dienaar
En dan is het moment gekomen dat ze hun nette kleren afdoen, alles voor
Satan
Schamel en naakt maar in uiterste vervoering zijn ze tot alles in staat
Ze kussen eerbiedig zijn billen

Dan breekt de hel los
Ze worden gillend omringd door toekijkende trollen, kollen en kobolten
De heksen krijsen en dansen
Wij dansen, schreeuwen, splijten de aarde
Onophoudelijk tot schuimens toe, geverfd in felle kleuren, zwepen wij
elkaar op
en werpen rook en vuur
We scheuren de nevels aan flarden en stijgen
Wij stijgen
WY STYGEN in cirkels en spiralen door lovertakken spinrag
Terwijl raven en nachtvlinders ons omringen en leiden tot boven boomtoppen
en
torenspitsen
In een roes van spattend hellevuur verlaten we de heuvel
Naar boven, naar Zenith en Zodiac
Naar hel en Duivel
Wij
Torralba & Gauricus
Tlazolteolf
Paramon Liba & Avernos
Palo Hasch Gondolin

De enkele ongenode gast, per vergissing aanwezig en nu achtergebleven, zet
zich
Na de schouw tot het voorbereiden van sagen en legenden
Het afschrikwekkend voorbeeld voor een volk in het achterland

De wind verstuift het zand en bedekt de sporen van Satan's voze
volgelingen die
wachten op de avond

Hexen-Sabbat (Teil 2)

Die Messungen sind vorgenommen
Eine sanfte Frauenstimme streichelt die Taten von Mefistofeles, dem Magier
von dem
losen Sand
In den Schatten eines neuen Mondes, an der Grenze der verworrenen Welt
Dehnt sich das Gebiet des Magisters unter einem Deckmantel von sehr
gewöhnlichen
Dingen
Kürzlich stand in einem Streifen von Bergen der Mann einer Frau gleich
Er besaß die Formeln, mit denen eine Frau zum Mann wurde

Die Farben seiner Stimme
Die braunen Augen in seinem Gesicht
Die langen Strähnen seines Haares
Er handhabte mit einfachen Gesten das Gebirge zu Rohstoffen für den
Homunculus
Kind außerhalb der Mutter, Kind aus der Mutter
So wie er
Torralba & Gauricus

Die Sprüche seines Herrn, Meistermagier Paracelsus, Astrologe und
Alchemist
Kehren nun wieder in der Gestalt des Homunculus
Das Kind außerhalb der Mutter, Kind aus der Mutter
So wie er
Torralba & Gauricus

In der Tiefe vieler Höhlen trugen Frauen dazu bei, dass Formeln
Elemente
schmolzen
So wie der Sand zu Spiegeln wurde, aus dem Nichts gleich
Der Homunculus
Das Kind außerhalb der Mutter, Kind aus der Mutter
So wie er
Torralba & Gauricus

Doch Swedenborg flog bereits an Stockholm vorbei, um hinter sich die Flammen
zu sehen
von einer Katastrophe in seinen Gedanken
So wie auch der Homunculus wurde das Kind außerhalb der Mutter, Kind aus der Mutter
So wie er
Torralba & Gauricus

Und da sitzen sie
Teufel und Tlazolteolf, Königin des Sabbats
Gekrönt wie Könige, Königinnen, die auf Erden sterben in Geld und
Marmelade
Prinzen und Prinzessinnen, deren Perücken in den Flammen des
brennenden
Kreuzes schwelen
Da sitzt er, der Teufel, dessen Hintern geleckt wurde und der sich nun
am
Fleisch von verkohlten Kindern labt
Und zu seinen Ehren tanzen und singen Hexen

Kinder von Arion
Kinder von Nerion
Kinder von Ur, Baldar und Sater
Kinder des Mondes
Töchter von Varaan
Söhne von Waldaan
Nenne den Namen

Von Ra und Baldur
Kinder von Ur, Myrthe und Syra
Frauen der Götter
Hinter den Strömen
Hinter den Bäumen
Wo die Trolle wohnen
Nenne den Namen

Götter und Satyrn, entlang kühler Wasser, predigen was wahr ist
Im Namen von Ra, Tochter und Sohn, Herr des Thrones ist Lohn das Ikon
Nenne den Namen
Von Jimjohn dem Zwerg, Nichte des Berges
Von dem Gott Alister, wo wohnt der Schwan
Kinder des Mondes
Töchter von Varaan, Ioda und Gott Waldaan
Nenne den Namen
Den Namen Arfistel
Den Namen Mefistel
Falte das Epistel, brenne es und zähle bis vier
Satan ist hier

Und dann weichen alle denen, die von fern kamen und neu sind
Den Neuankömmlingen

'Alegros, welche neue Leute haben wir, lasst uns freuen'

Und dann weichen alle vor ihnen
Willkommen im Namen von Satan und seinen Anhängern
In Stille steigen sie herab, als sie kamen auf Böcken, die entlang Mond und
Nebel
ihren Weg hierher fanden
Dann gehen sie langsam in einer Reihe zum gefallenen Kreuz und treten es
in
Abscheu und Wut
In ihren üppigen Gewändern nähern sie sich nun dem Thron des bösen Monarchen, der
aufsteht und seine Hand hebt
Man kniet und wartet
Die Frauen mit langen Röcken von Wohlstand und Adel, besudelt mit Schlamm und
Moos
Herren, die im Hinterland paradiert haben wie Gott und Gabriel und nun warten auf
Das
Taufritual des Teufels
In ihren gefalteten Händen bieten sie Seele und Heil
Sie werden zu Dienern
Und dann ist der Moment gekommen, dass sie ihre feinen Kleider ablegen, alles für
Satan
Schamhaft und nackt, aber in äußerster Verzückung sind sie zu allem fähig
Sie küssen ehrfürchtig seinen Hintern

Dann bricht die Hölle los
Sie werden schreiend umringt von zuschauenden Trollen, Kollen und Kobolden
Die Hexen kreischen und tanzen
Wir tanzen, schreien, spalten die Erde
Unaufhörlich bis zum Schäumen, gefärbt in grellen Farben, peitschen wir
uns
auf und werfen Rauch und Feuer
Wir zerreißen den Nebel in Fetzen und steigen
Wir steigen
WIR STEIGEN in Kreisen und Spiralen durch Glitzerzweige Spinnweben
Während Raben und Nachtfalter uns umringen und führen zu den Baumkronen
und
Turmspitzen
In einem Rausch aus spritzender Hölle verlassen wir den Hügel
Nach oben, zum Zenith und Zodiac
Zur Hölle und zum Teufel
Wir
Torralba & Gauricus
Tlazolteolf
Paramon Liba & Avernos
Palo Hasch Gondolin

Der einzelne ungebetene Gast, versehentlich anwesend und nun zurückgeblieben, setzt
sich
Nach der Schau zur Vorbereitung von Sagen und Legenden
Das abschreckende Beispiel für ein Volk im Hinterland

Der Wind verweht den Sand und bedeckt die Spuren von Satans schmutzigen
Anhänger, die
warten auf den Abend