395px

Eva

Boudewijn De Groot

Eva

Ik houd de wereld in mijn hand
Het glazen ei vol land en wolken
Ik zal de hemel gaan bewolken
Ik roep de varens uit het zand

Ik schud de apen uit m'n mouw
De spikkelpanters en de mieren
Het blauw konijn, de krabbeldieren
Ik strooi topaas, azuur en dauw

Ik weet nu dat ik alles kan
Ik ken de dieren aan hun vel
De vogels aan hun notenspel
En ik geef namen aan de man

De verf die ik morste vliegt plotseling in brand
't Palet valt vlammend uit m'n hand
De aarde zwaait open, ik zie haar lopen
In m'n eigen groene gras

Wil jij soms wit wezen, dat ik je niet ken
En dat ik niet almachtig ben
Je wilt me vergeten, mijn vruchten eten
En me bedriegen met je man

Hier in je lichaam van albast
Zie ik de roze vlammen branden
En wat je wilt valt in je handen
Je hebt m'n wereld aangetast

Daar sluipt de groengevlekte kat
En heeft de merel al te grazen
De leguaan gaat bellen blazen
Kruipt op vijf poten over het pad

De vleesboom rijst het water uit
En rinkelt met z'n glazen snaren
Er zit in de kristalpilaren
Een uil die schuine liedjes fluit

Hier sta ik voor zot in m'n kamerjapon
Ik dacht wel dat ik alles kon
En ben ik verdwenen, dan komt op zijn tenen
De engel met het grote mes

Eva

Tengo el mundo en mis manos
El huevo de cristal lleno de tierra y nubes
Voy a nublar el cielo
Llamo a los helechos desde la arena

Sacudo los monos de mi manga
Los leopardos moteados y las hormigas
El conejo azul, los animales garabateados
Esparzo topacio, azur y rocío

Ahora sé que puedo hacerlo todo
Conozco a los animales por su piel
A los pájaros por su juego de notas
Y pongo nombres a los hombres

La pintura que derramé de repente se enciende
La paleta cae en llamas de mis manos
La tierra se abre, la veo caminar
En mi propio césped verde

¿Quieres ser blanco a veces, para que no te reconozca?
Y para que no sea todopoderoso
Quieres olvidarme, comer mis frutos
Y engañarme con tu hombre

Aquí en tu cuerpo de alabastro
Veo arder las llamas rosadas
Y lo que deseas cae en tus manos
Has invadido mi mundo

Ahí se arrastra el gato moteado de verde
Y ya tiene atrapado al mirlo
El lagarto comienza a soplar burbujas
Se arrastra sobre el camino en cinco patas

El árbol de carne emerge del agua
Y tintinea con sus cuerdas de cristal
En los pilares de cristal
Hay un búho que silba canciones traviesas

Aquí estoy, loco en mi bata de dormir
Pensé que podía hacerlo todo
Y si desaparezco, entonces viene sigilosamente
El ángel con el gran cuchillo