395px

Del ladrón

Boudewijn De Groot

De rover

Waarom dan keer op keer
Opnieuw met iets begonnen
Want wat ik had gewonnen
Verloor ik telkens weer

Waarom zo vaak het vuur
Verliefd weer aangestoken
Beloften weer gebroken
Op jacht naar avontuur

Terwijl ik altijd wist:
Voor mij is er maar een
Voor mij alleen maar een
Er is maar een voor mij
Er is maar een
En dat ben jij

Waarom ik voor een vrouw
Vaak niets en niemand spaarde
De hemel en de aarde
Desnoods bewegen wou

Het bleek niet meer te zijn
Dan storm in een glas water
En nooit, weet ik nu later
Verandert dat in wijn

Terwijl ik altijd wist

Van wie met draken vecht
En luchtkastelen tovert
Berooft en soms verovert
Komt zelden iets terecht

Nu kom ik eindelijk thuis
En met een mond vol tanden
Sta ik met lege handen
In een leeg, verlaten huis

Terwijl ik altijd wist

En nu weet ik pas echt
Nu is er nog maar een
Niet meer dan een alleen
Dan een alleen voor mij
Voorgoed alleen
Voorgoed voorbij

Del ladrón

¿Por qué una y otra vez
Comencé de nuevo con algo?
Porque lo que había ganado
Lo perdía una y otra vez

¿Por qué tan a menudo el fuego
Encendido de nuevo por amor?
Promesas rotas de nuevo
En busca de aventura

Mientras siempre supe:
Para mí solo hay una
Para mí solo una
Solo hay una para mí
Solo hay una
Y eres tú

¿Por qué por una mujer
A menudo no ahorraba nada ni a nadie?
Quería mover cielo y tierra
Si era necesario

Resultó ser nada más
Que una tormenta en un vaso de agua
Y nunca, ahora sé más tarde
Se convierte en vino

Mientras siempre supe

De aquellos que luchan con dragones
Y construyen castillos en el aire
Roban y a veces conquistan
Rara vez algo sale bien

Ahora finalmente llego a casa
Y con la boca abierta
Me encuentro con las manos vacías
En una casa vacía y abandonada

Mientras siempre supe

Y ahora sé de verdad
Ahora solo hay uno
No más que uno solo
Que uno solo para mí
Para siempre solo
Para siempre pasado

Escrita por: Boudewijn de Groot / Lennaert H. Nijgh