De wevers van Silezië
Geen traan in de broeiende, brandende ogen
Maar wel is een mond bars en grimmig gebogen
Wij weven de lijkwaden der maatschappij
Een driedubbele vloek in geweven erbij
Wij weven, wij weven
Een vloek naar die God met zijn potdove oren
Die nooit ons naieve gebed schijnt te horen
Vergeefs ons geduld, onze hoop op die God
Hij heeft ons belazerd, versierd en bedot
Wij weven, wij weven
Een vloek naar de koning, die vorst der gegoeden
Hem is onze ellende een zorg in gemoede
Je laatste drie stuivers afpersen als 't kon
En dan maar als slachtvee voor 't vuurpeloton
Wij weven, wij weven
Een vloek naar het vaderland, als het zo mag heten
Waar leugen en bedrog zich als schimmel in vreten
Waar iedere bloem wordt geknakt voor zijn tijd
't Is rottende drek waar worm in gedijt
Wij weven, wij weven
Los tejedores de Silesia
Sin lágrimas en los ojos ardientes y abrasadores
Pero sí una boca torcida y sombría
Tejemos los sudarios de la sociedad
Una maldición triple tejida en ellos
Tejemos, tejemos
Una maldición hacia ese Dios con sus oídos sordos
Que nunca parece escuchar nuestra ingenua oración
En vano nuestra paciencia, nuestra esperanza en ese Dios
Nos ha engañado, engatusado y estafado
Tejemos, tejemos
Una maldición hacia el rey, ese príncipe de los ricos
Nuestra desgracia no le preocupa en lo más mínimo
Exprimir tus últimas tres monedas como si pudiera
Y luego ser como ganado para el pelotón de fusilamiento
Tejemos, tejemos
Una maldición hacia la patria, si así se le puede llamar
Donde la mentira y el engaño se propagan como moho
Donde cada flor es cortada antes de tiempo
Es un fango podrido donde prospera el gusano
Tejemos, tejemos