395px

Zomerdag

Guccini Francesco

Giorno D'Estate

Giorno d'estate, giorno fatto di sole,
vuote di gente son le strade in città,
appese in aria e contro i muri parole,
ma chi le ha dette e per che cosa chissà.

I manifesti sono visi di carta che non dicono nulla e che nessuno più guarda,
colori accesi dentro ai vicoli scuri,
sembrano un urlo quelle carte sui muri,
sembrano un urlo quelle carte sui muri...

Giorno d'estate, giorno fatto di vuoto,
giorno di luce che non si spegnerà;
sembra d' andare in un paese remoto,
chissà se in fondo c'è la felicità.

Un gatto pigro che si stira sul muro, sola cosa che vive, brilla al sole d'estate;
si alza nell'aria come un suono d'incenso,
l'odore di tiglio delle strade alberate,
l'odore di tiglio delle strade alberate...

Giorno d'estate, giorno fatto di niente,
grappoli d'ozio danzan piano con me,
il sole è un sogno d'oro, ma evanescente,
guardi un istante e non sai quasi se c'è.

Dentro ai canali l'erba grassa si specchia, cerchi d'ombra e di fumo sono voci lontane;
nell'acqua il sole con un quieto barbaglio
brucia uno stanco gracidare di rane,
brucia uno stanco gracidare di rane...

Giorno d'estate senza un solo pensiero,
giorno in cui credi di non essere vivo,
gioco visivo che non credi sia vero
che può svanire svelto come un sorriso.

Vola veloce ed iridato un uccello come un raggio di luce da un cristallo distorto:
vola un moscone e scopre dietro a un cancello
la religiosa sonnolenza d' un orto,
la religiosa sonnolenza d' un orto...

Zomerdag

Zomerdag, een dag vol zon,
straten in de stad zijn leeg van mensen,
woorden hangen in de lucht en tegen de muren,
maar wie ze heeft gezegd en waarom, wie weet.

De posters zijn gezichten van papier die niets zeggen en die niemand meer bekijkt,
heldere kleuren in de donkere steegjes,
het lijken schreeuwen, die papieren op de muren,
et lijken schreeuwen, die papieren op de muren...

Zomerdag, een dag vol leegte,
licht dat niet zal doven;
het lijkt alsof je naar een ver land gaat,
wie weet of daarachter het geluk is.

Een luie kat die zich uitstrekt op de muur, de enige die leeft, schittert in de zomerse zon;
het stijgt op in de lucht als een geur van wierook,
de geur van linde in de bomenrijke straten,
de geur van linde in de bomenrijke straten...

Zomerdag, een dag vol niets,
klonters van luiheid dansen langzaam met mij,
de zon is een gouden droom, maar vluchtig,
je kijkt even en weet bijna niet of hij er is.

In de kanalen weerspiegelt het dikke gras, schaduw- en rookkringen zijn verre stemmen;
het zonlicht in het water met een stille glans
verbrandt het vermoeide gekwaak van kikkers,
verbrandt het vermoeide gekwaak van kikkers...

Zomerdag zonder een enkele gedachte,
dag waarop je denkt dat je niet leeft,
visueel spel dat je niet gelooft dat het waar is
en snel kan verdwijnen als een glimlach.

Een vogel vliegt snel en iriserend als een lichtstraal uit een vervormde kristal:
een bromvlieg ontdekt achter een hek
de religieuze slaperigheid van een tuin,
de religieuze slaperigheid van een tuin...