Mon vieux
Dans son vieux pardessus râpé
Il s'en allait l'hiver, l'été
Dans le petit matin frileux, mon vieux.
Y avait qu'un dimanche par semaine
Les autres jours, c'était la graine
Qu'il allait gagner comme on peut, mon vieux
L'été, on allait voir la mer
Tu vois c'était pas la misère
C'était pas non plus l'paradis
Hé oui tant pis
Dans son vieux pardessus râpé
Il a pris pendant des années
L'même autobus de banlieue, mon vieux.
L'soir en rentrant du boulot
Il s'asseyait sans dire un mot
Il était du genre silencieux, mon vieux.
Les dimanches étaient monotones
On n'recevait jamais personne
Ça n'le rendait pas malheureux
Je crois, mon vieux.
Dans son vieux pardessus râpé
Les jours de paye quand il rentrait
On l'entendait gueuler un peu, mon vieux.
Nous, on connaissait la chanson
Tout y passait, bourgeois, patrons,
La gauche, la droite, même le bon Dieu avec mon vieux.
Chez nous y avait pas la télé
C'est dehors que j'allais chercher
Pendant quelques heures l'évasion
Je sais, c'est con!
Dire que j'ai passé des années
A côté de lui sans le r'garder
On a à peine ouvert les yeux, nous deux.
J'aurais pu c'était pas malin
Faire avec lui un bout d'chemin
Ça l'aurait p't'-êt' rendu heureux, mon vieux.
Mais quand on a juste quinze ans
On n'a pas le cœur assez grand
Pour y loger toutes ces choses-là, tu vois.
Maintenant qu'il est loin d'ici
En pensant à tout ça, j'me dis :
J'aimerais bien qu'il soit près de moi, PAPA...
Mijn oude man
In zijn oude versleten jas
Ging hij weg, winter en zomer
In de kleine koude ochtend, mijn oude man.
Er was maar één zondag per week
De andere dagen was het zaaien
Wat hij verdiende zoals hij kon, mijn oude man.
In de zomer gingen we naar de zee
Je ziet, het was geen ellende
Het was ook geen paradijs
Hé ja, jammer dan.
In zijn oude versleten jas
Nam hij jarenlang
Dezelfde voorstadbus, mijn oude man.
's Avonds, als hij van zijn werk terugkwam
Zat hij stil zonder een woord te zeggen
Hij was van het stille soort, mijn oude man.
De zondagen waren eentonig
We ontvingen nooit iemand
Dat maakte hem niet ongelukkig
Denk ik, mijn oude man.
In zijn oude versleten jas
Op de dagen dat hij betaald werd
Hoorden we hem een beetje schreeuwen, mijn oude man.
Wij kenden het liedje
Alles kwam voorbij, bourgeois, bazen,
Links, rechts, zelfs God met mijn oude man.
Bij ons was er geen tv
Buiten ging ik zoeken
Voor een paar uur de ontsnapping
Ik weet het, het is dom!
Te denken dat ik jaren heb doorgebracht
Naast hem zonder naar hem te kijken
We hebben nauwelijks onze ogen geopend, wij twee.
Ik had het kunnen doen, het was niet slim
Een stukje van de weg met hem lopen
Dat zou hem misschien gelukkig gemaakt hebben, mijn oude man.
Maar als je pas vijftien bent
Heb je niet genoeg ruimte in je hart
Om al die dingen te huisvesten, snap je.
Nu hij ver weg is
Denkend aan dit alles, zeg ik tegen mezelf:
Ik zou willen dat hij dicht bij me was, PAPA...