La petite fille de l'hiver
L'hiver je savais où la trouver
Lorsque la neige tombait dans les rues
Elle avait l'air d'une enfant perdue
Qui, de la vie, n'attendait plus rien
Ses cheveux
Ses cheveux noirs comme le ravin
Sur ses épaules, un voile déchiré
Je tremble encore d'avoir touché sa main
Elle m'avait permis de l'aimer
Nos pas étaient gravés dans la neige
Pour le printemps, les reverrai-je?
Elle était je crois la petite fille de l'hiver
De jours en jours, je sens que je la perds
L'été, je l'avais retrouvée
Je la tenais fort mais elle s'est effacée
Comme un triste poème inachevé
Que l'on aurait laisser mourir sur le papier
Je croyais depuis longtemps être un homme
Mais j'ai versé une larme d'enfant
Sur les feuilles mortes poussées par le vent
Je l'ai perdue dans les couleurs de l'automne
Het kleine meisje van de winter
In de winter wist ik waar ik haar kon vinden
Wanneer de sneeuw viel in de straten
Ze leek op een verloren kind
Dat van het leven niets meer verwachtte
Haar haren
Haar haren zwart als de afgrond
Op haar schouders, een gescheurde sluier
Ik tril nog steeds van het aanraken van haar hand
Ze had me toegestaan haar te beminnen
Onze stappen waren in de sneeuw gegrift
Zal ik ze in de lente weer zien?
Ze was, geloof ik, het kleine meisje van de winter
Van dag tot dag voel ik dat ik haar verlies
In de zomer had ik haar teruggevonden
Ik hield haar stevig vast, maar ze vervaagde
Als een treurig onvoltooid gedicht
Dat men had laten sterven op het papier
Ik dacht al lang een man te zijn
Maar ik heb een kindertraan vergoten
Over de dode bladeren die door de wind werden aangedreven
Ik heb haar verloren in de kleuren van de herfst