395px

Tío ene 1

Harrie Jekkers

Ome Jan 1

Ken je die nog? Noemden wij in Den Haag vroeger een 'pling-plong.' Dat is
m'n lievelingsgeschenk, heb ik gehad van mijn favoriete oom, Ome Jan. Toen
was ik zes jaar. Hij zegt: "Harrie, wat zou je nou graag willen?" En toen
zei ik: "Een muziekinstrument, Ome Jan. Maar geen les!" Hij zegt: "Hier
klerelijer, je hoeft alleen maar te draaien." Leuk joh. Dit heb ik m'n
hele leven bewaard. Wat die kinderen tegenwoordig krijgen, ik vind het
schandalig. Ik zag laatst een meisje, stond een hele dure pop te
verbranden. Ik zeg: "Waarom sta je die pop te verbranden?" Ze zegt: "Dat
moet meneer, dat staat op het doosje." Ik zeg: "Geef 'es hier, dat doosje,
dan." En het stond er op joh; een Barbiecue
Maar daar wou ik het eigenlijk helemaal niet over hebben, maar ik wou het,
dames en heren, vanavond 'es gaan hebben over mijn Ome Jan, mijn
lievelingsoom, Ome Jan. Mijn Ome Jan was een vrijgezelle oom en die leefde
nog bij z'n eigen moeder thuis, bij mijn oma. 't Was namelijk de oudste
broer van m'n vader. Grandioze vent. Maar voor ik over 'em vertel, moet ik
eerst even de familierelatie een beetje uitleggen
Wij hadden twee kanten he, we hadden m'n moeders kant en m'n vaders kant.
Nou, en m'n moeders kant, dat was de rijke tak en m'n vaders kant, dat was
de wandelende tak. Ze hadden geen geld voor fietsen enzo, dat moest
allemaal lopen he, dus daarom heten ze zo. Nou, en de rijke tak heette de
rijke tak, omdat mijn opa van moeders kant, die was bakker in loondienst.
Bij Hus. Ken je nagaan wat een zootje geteisem die Jekkersen waren he? Dat
stelde echt geen reet voor joh, maar je kon daar wel lachen in de
wandelende tak, dat was leuk jongen. En de oudste broer van mijn vader,
dat was Ome Jan, leuke vent jongen. Zat nergens mee. Had overal schijt
aan. Ik zei wel eens tegen hem: "Als u nou dood gaat he, Ome Jan, wilt u
dan begraven worden of gecremeerd?" Dan zei die altijd: "Harrie, maakt mij
geen reet uit. Of ik nou 't putje inga of de pijp uit, maakt mij niet uit."
Hij zegt: "Desnoods gooien ze me maar langs de stoeprand, ze vegen me wel
mee." Zo'n gozer was dat, hij zat nergens mee. En die kon ouwehoeren,
ouwehoeren! Als je d'r een kwartje ingooide, dan lulde die voor een knaak.
Mijn vader zei altijd: "Als lullen pudding is, dan is Jan Dr.Oetker." Dat
je beetje een beeld krijgt van die man he. Een ouwehoer, een heerlijke man
he. En het was een typische Hagenees he, dat hoef ik hier nauwelijks uit te
leggen, maar Hagenezen, die hebben een eigen taalgebruik, schitterend vind
ik dat. Ze hebben schijt aan Van Dale. Aan de dikke. Ze hebben zo hun
eigen vocabulaire. Ze weten vaak niet wat dat woord betekent, ze hebben
het wel. En mijn Ome Jan was ook zo'n gozer he, die kon je nou nooit horen
zeggen, bijvoorbeeld als Piet last had van zweetvoeten, dat 'ie zei van:
"Goh, wat heeft die Piet toch een last van zweetvoeten, zeg." Dan zei die
altijd: "Jezus, die Piet die stinkt door z'n schoenen heen joh." Da's
Haags. Da's nou Haags. Of als Piet was overleden, zei mijn Ome Jan nooit
van: "Heb je het gehoord, Piet is van ons heengegaan." Welnee joh, die zei
altijd: "Hebbie het gehoord joh, Piet die leg aan de verkeerde kant van het
gras." Een variant daarop was altijd: Hebbie het gehoord, Piet is een
zandfabriek begonnen. Vind ik wel leuk trouwens. Dan was je dood, jongen,
dan was je dood als je een zandfabriek was begonnen. Maar had 'ie een
hekel aan die Piet en die was doodgegaan, dan zei die weer wat anders. Dan
zei die altijd: "Zo, Piet leg eindelijk de maaien te voeren." En een
variant daarop had je van: Hebbie die verhuiskaart van Piet gekregen? Nou,
daar blijft 'ie wel effe wonen, geloof ik he
Mijn Ome Jan, die ging ook nooit naar de wc. Die nam de leiding in handen.
Of hij ging z'n president een handje geven. Daar snapte ik als kind geen
reet van. Dat de president bij ons thuis kwam als Ome Jan ging zeiken. Ik
snapte wel meer niet joh. Bijvoorbeeld vergelijkingen. Hij was goed in het
maken van vergelijkingen, mijn Ome Jan. En dan zult u allemaal zeggen: "Wat
kan ons dat verdommen", maar dat was belangrijk jongen in de wandelende
tak. Want er waren veel discussies, laten we zeggen elke dag twintig, d'r
waren altijd discussies, en die kon je nooit winnen op argumenten. Mijn
Ome Jan zei altijd: "Argumenten, daar kennen de intellectuelen d'r vijftig
per seconde van verzinnen, dus 't ken nooit wat zijn." Je moest bij ons een
vergelijking maken he. Dus als je het ergens over had, dan moest je over
iets anders gaan beginnen en zeggen dat het daar ook zo zat, en dan kreeg
je daar gelijk. Voorbeeldje geloof ik he? Nou, wij hadden een Tante Toos
en een Ome Leo en die hadden een zoontje, Kareltje. Ze gingen scheiden,
van wie was Kareltje; van Toos of Leo? Nou, Tante Toos meteen kwaad, die
zegt: "Van mij natuurlijk. Ik heb negen maanden met zo'n toeter
rondgelopen, en die Leo heb nooit naar Kareltje omgekeken, Kareltje is van
mijn." En daar waren we het allemaal mee eens, de hele wandelende tak.
Behalve Ome Jan, die lag ALTIJD dwars! Altijd! Hij zei tegen mij toen ik
klein was: "Harrie, je mot in 't leven dwars liggen." Ik zeg: "Waarom dan
Ome Jan?" Hij zegt: "Ben je lekker moeilijk te begraven." Ja, da's waar
he, de grootste etters worden altijd het oudste, daar heb ik gelijk in he.
En die was het er niet mee eens. Die zegt: "Volgens mijn is Kareltje juist
van Leo." Nou, en Tante Toos werd origineel Haags kwaad zeg, niet te
geloven. Dat ging d'r hard aan toe jongen! "Puntmuts, zakkenwasser, stuk
schimmel dat je d'r staat...". Afijn, een enorme ruzie was het, en dan
kwam de vergelijking. Dan haalde mijn Ome Jan een rijksdaalder uit z'n zak
en zei: "Kijk 'es Toos, ik heb hier een knaak. Ken je 't nog volgen? Stel,
ik doe die knaak in een sigarettenautomaat en d'r komt een pakkie
sigaretten uit, van wie is het pakkie sigaretten, van mijn of van de
automaat?"
Is die knaak overal gevallen, jongens?!?! Zo ging het. Dan zei hij: "Leo
heb die knaak d'r in gedouwd, Kareltje is van Leo, klaar." Zo ging dat,
joh. Ongelofelijk. En mijn Ome Jan kon ook goed moppen vertellen, goed
moppen vertellen joh, grandioos goed. Ik zal eens een mop vertellen die
hij altijd vertelde en dan moet je niet na afloop tegen mij gaan zeggen
van: "Die hebben we al gehoord, dat is een ouwe mop." Dat geeft niet. Het
gaat om de manier waarop mijn Ome Jan dat vertelde. Grandioos, 'k Vergeet
het nooit meer
Mijn oma die was 75 geworden, en alle Jekkersen waren d'r. Aangetrouwd,
kleinkinderen, en we zaten als haringen in een ton op zo'n klein
bovenkamertje. Hier aan de (...)-kade, dat weten jullie hier wel he? Als
haringen op zo'n klein bovenkamertje met al die Jekkersen naast mekaar zo,
't was een heel smal kamertje. Hoe moet je dat nou uitleggen voor de mensen
die een groot huis hebben? Ehm, het was zo smal, je kon niet eens in de
breedte dwarsfluit spelen. Dat kon niet. Dan moest je zo gaan staan, in de
lengte. Ja, dan moet je geen erectie krijgen... nah ja ... Het was een
waanzinnig smal kamertje en daar zaten wij, als haringen in een ton, van
die smalle Haagse bakkies te zuipen, weet je wel. En dan zei mijn oma om
drie uur, die zei van: "Mot er iemand nog een bakkie pleur?" Ja, oma's
praten ook Haags natuurlijk he. En dan zei mijn Ome Jan: "Een bakkie
pleur, een bakkie pleur? Sodemieter 's effe lekker een end op joh, he, het
is drie uur, 't is tijd om te kantelen." Dus ik zit naast m'n vader, ik
zeg: "Wat gaan ze nou in godsnaam doen, papa?" Hij zegt: "Harrie, ze gaan
zuipen." En mijn oma wist dat dat zuipen was, dus die was de koffiekopjes
al aan het ophalen, en die komt langs Ome Jan, ik zie het nog gebeuren
trouwens, ik zie het nog gebeuren: Mijn Ome Jan staat ineens op, schuifelt
tussen al die Jekkersen door zeg, schuift dat ouwe piepende lakader
schuifraam open, zet er een houtje tussen, ja, dat heet een houtje hier in
Den Haag, maakt niet uit wat je d'r tussen zet, alles is een houtje, grist
het hele zondagse servies uit de handen van mijn oma, houdt het twee hoog
het raam uit en zegt tegen alle andere Jekkersen in die kamer: "Wie lacht,
betaalt."
Dus ik zit naast m'n vader, ik zeg: "Wat gaat er nou gebeuren, papa?"
"Nou, Ome Jan die gaat een mop vertellen, en dan moet je niet als eerste
gaan lachen Harrie, want dan ben je in een keer hup je hele spaarvarken
kwijt." Dus ik nam me voor om absoluut niet te gaan lachen he, want ik had
die Lassiehond al bijna bij mekaar hoor he, jaha! Ik had al twee poten en
een staart, had ik uitgerekend. Dus ik denk: Ik ga niet lachen, no way. Ik
kende nog niet eens Engels, dus
Mijn Ome Jan begint aan die mop en die zegt van: "Ik zit gisteren in de
kroeg, afijn, raadt 's twee keer, wie komt er binnen, de professor. Je
weet wel, de doorgestudeerde bioloog die alleen maar kantelt, kantelt en
nog eens kantelt. Afijn, ik zeg tegen 'em: Mot je van mijn nog wat
slobberen? Maar het was eigenlijk al over de hill, hij stond al stijf van
de Jan Wandelaar." Ik zeg tegen m'n vader: "Wie is dat nou weer ineens,
Jan Wandelaar?" Zegt m'n vader: "Dat heb Ome Jan uit het Engels vertaald,
dat is een whiskey-merk; Johnnie Walker." Na, ik was negen, dat ik het nou
niet snapte, maar kom op nou mensen! "Afijn, dus ik zeg tegen hem: Je staat
al stijf van de Jan Wandelaar, mot je nog een dubbele d'r bij hebben? Nee
Jan, voor ik ga doorkantelen, ga ik eerst 'es even lekker een bruine trui
breien." Ik zeg tegen m'n vader: "Ik snap d'r niks meer van, papa. Waarom
gaat die vent nou ineens een bruine trui breien?" "Hou nou je kop een
keer", zegt m'n vader, "dat is schijten en hou nou verder..." "Afijn",
zegt mijn Ome Jan, "die gozer komt terug van het bruine truien breien en
die zegt: 't Is ongelofelijk Jan, wat hier aan de hand is. Het gaat goed
hier met de zaak; ze hebben tegenwoordig een wc met een gouden bril. "Hij
heb het nog niet gezegd", zegt mijn Ome Jan, "of hij wordt in mekaar
geslagen door twee arrebeiders. Ik zeg tegen die gasten: Dat mot je 'es
tegen mij flikken he, niet tegen zo'n doorgestudeerde puntmuts, zeikerds.
Zeggen die gasten tegen mij: Wat had jij gedaan? Die gozer heb net in onze
tuba zitten scheiten joh."
Da's een ouwe mop joh! Ken je die niet
Nou, gelukkig snapte ik de mop niet, maar de rest van de Jekkersen wel,
dus iedereen begon pppfffrrrttt. En mijn Ome Leo begint als eerste te
hinniken jongen, en Jan die laat zo hup! dat hele servies lazeren zeg. Hij
zegt: "Leo betaalt hehehehehe." En mijn oma huilen van: "Godverdorie joh,
da's al het derde servies deze week, klerelijers! Waar mot Leo dat nou van
betalen?" Nou, dat was een goeie vraag zeg he
Maar Leo die was gaan scheiden van Tante Toos en die had geen stuiver
meer. Niks. Hij moest allimentatie betalen en, eh, die Kareltje die hebt
'ie ook nooit gekregen joh. Want Tante Toos, die heb vlak voor de
echtscheiding tegen 'em gezegd: "Moe je 'es goed luisteren Leo, we gaan
uit mekaar, 'k heb d'r nog 'es over nagedacht, maar 'k heb toch het idee,
dat Jan wel gelijk had met dat sigarettenautomaat-vergelijking. Maar, 't
spijt me voor jou Leo, destijds heb niet jij, maar de buurman die knaak
d'rin gelazerd."

Tío ene 1

Solíamos llamar a un pling-plong en La Haya. Eso es un
Mi regalo favorito, que recibí de mi tío favorito, el tío Jan
Tenía seis años y me dijo: «Harrie, ¿qué te gustaría?» Y luego
Dije: «¡Un instrumento musical, tío Jan, pero no una lección!» Él dice: «Aquí
empleado, sólo tiene que girar.» Buen chico, este es mi
Lo que estos chicos están recibiendo en estos días, creo que es
Vi a una chica el otro día, había una muñeca muy cara
Yo digo: «¿Por qué estás quemando esa muñeca?» Ella dice: «Que
debe, señor, que está en la caja.» Yo digo: «Dame esa caja
entonces.» Y estaba en él, hombre; un Barbiecue
Pero realmente no quería hablar de eso en absoluto, pero quería hacerlo
Damas y caballeros, esta noche va a hablar de mi tío Jan, mi
Mi tío Jan era un tío soltero y que vivía
En la casa de su madre, en la casa de mi abuela, porque era el más antiguo
hermano de mi padre, tío grandioso, pero antes de que te cuente sobre él, tengo que
primero vamos a explicar la relación familiar un poco
Teníamos dos lados. Teníamos el lado de mi madre y el de mi padre
Bueno, y el lado de mi madre, esa era la rama rica y el lado de mi padre, eso era
no tenían dinero para bicicletas y así sucesivamente, tuvieron que
Bueno, y la rama rica se llamaba el
rama rica, porque mi abuelo del lado de la madre, a quien le pagaron panadero
En Hus. ¿Sabes qué lío fueron estos Yekkersen?
no era realmente un culo, pero se podía reír allí en el
Ramal andante, ese fue un buen chico, y el hermano mayor de mi padre
Ese era el tío Jan, buen chico, no le importaba nada
Solía decirle: «Si mueres ahora, tío Jan, quieres
que ser enterrado o incinerado?» Dan siempre decía: «Harrie, me hace
No me importa si entro en el pozo o fuera de la tubería
Dice: «Si es necesario, me tirarán a lo largo de la acera, me barrerán
con él.» Era un tipo así, no le importaba nada, y podía hablar
Si le tiraste una moneda, sería una grieta
Mi padre solía decir, «Si las pollas son pudín, entonces Jan es Dr.Oetker». Eso
Tienes una foto de ese hombre, ¿eh?
Y era un típico Hagenees, apenas tengo que salir de aquí
laico, pero Hagenezen, que tienen su propio idioma, encontrar maravillosa
Se cagan en Van Dale, en el gordo, tienen su
A menudo no saben lo que significa esa palabra, tienen
Y mi tío Jan también era uno de esos tipos, ¿no pudiste oírlo?
decir, por ejemplo, si Piet sufría de pies sudorosos, que dijo
Dios, qué carga tiene Pete de pies sudorosos, digamos.» Dan dijo que
siempre: «Jesús, ese Pete que huele a través de sus zapatos, joh.» Eso es todo
O si Piet hubiera muerto, mi tío Jan nunca dijo
de: «¿Has oído, Pete se ha ido de nosotros.» No, hombre, ¿quién dijo
siempre: «Hebbie escuchó joh, Piet que yacía en el lado equivocado de ella
hierba.» Una variante en ella siempre fue: Hebbie lo escuchó, Piet es un
Me gusta, por cierto, estarías muerto, muchacho
Estarías muerto si hubieras empezado una fábrica de arena
no le gustaba que Pete y que había muerto, entonces dijo otra cosa
que siempre dijo: «Así que, Pete yacía finalmente para realizar la siega.» Y una
variante de que tenías: Hebbie que consiguió la tarjeta de mudanza de Piet?
Ahí es donde aún vive, creo que él
Mi tío Jan, nunca fue al baño, quien tomó la delantera
O iba a darle una mano a su presidente
Que el presidente vino a nuestra casa cuando el tío Jan empezó a orinar
no entendía más, chico. Por ejemplo, comparaciones
hacer comparaciones, mi tío Jan. Y entonces todos dirán: «¿Qué
puede hacernos condenados», pero eso era importante chico en el caminar
rama porque hubo un montón de discusiones, por ejemplo cada día veinte, la
eran siempre discusiones, y que nunca se podía ganar en discusiones
Tío Jan siempre decía: «Argumentos, ahí es donde los intelectuales conocen sus cincuenta
por segundo de compensar, por lo que nunca sabe qué son.» Tenías que unirte a nosotros un
Así que si estabas hablando de algo, tenías que hablar de
empezar algo más y decir que era así, y luego consiguió
Bueno, teníamos una tía Toos
Y un tío Leo y tuvieron un niño pequeño, Charles
¿De quién era Kareltje; Toos o Leo? Bueno, tía Toos inmediatamente enojado, que
dice: «De mí, por supuesto. Tengo nueve meses con tal cuerno
caminaba alrededor, y que Leo nunca miró a Charles, Charles es de
Mi.» Y todos estuvimos de acuerdo, toda la rama ambulante
¡Excepto el tío Jan, que siempre estaba molestando! ¡Siempre! Me dijo cuando
era pequeño: «Harrie, te estás molestando en la vida.» Yo digo: «¿Por qué entonces?
¿Tío Jan?» Él dice: «¿Eres agradable y difícil de enterrar?» Sí, es verdad
Oye, los cabrones más grandes siempre son los mayores, tengo razón en eso
Y él no estuvo de acuerdo, y dijo: «Según mí, Charles tiene razón
por Leo.» Bueno, y la tía Toos se convirtió en Haags original mal decir, no demasiado
¡Eso fue duro, muchacho! «Sombrero puntiagudo, lavadora de bolsa, pieza
hongo que te paras ahí...». De todos modos, una gran pelea fue, y luego
Entonces mi tío Jan sacó un Reichdalder de su bolsillo
y dijo: «Mira, Toos, tengo una grieta aquí. ¿Recuerdas lo siguiente?
Puse ese knaak en una máquina de cigarrillos y hay un paquete
cigarrillos de, que es el paquete de cigarrillos, de la mía o de la
¿Automático?
¿Se cayó esa grieta por todas partes, chicos? Así fue
Le metí ese don, Charles es de Leo, listo.» Así fue
Increíble, y mi tío Jan también podía contar chistes
chistes contar, hombre, grandioso bueno Te diré una broma que
Siempre me lo dijo y luego no tienes que decírmelo después
de: «Ya hemos oído eso, eso es una vieja broma.» - No importa. - ¿Qué?
Se trata de la forma en que mi tío Jan me dijo eso
nunca más
Mi abuela, que había cumplido 75 años, y todos los Yekkersen estaban casados con ella
nietos, y nos sentamos como el arenque en un barril en un pequeño
habitación de arriba, aquí en el (...) - muelle, lo sabes aquí, ¿no?
arenque en una pequeña habitación de arriba con todos los Yekchersen al lado del otro
Era una habitación muy estrecha, ¿cómo se supone que vas a explicar eso a la gente?
que tienen una casa grande? Era tan estrecho que ni siquiera podías entrar en el
El ancho de la flauta no era posible. Entonces tenías que ponerte de pie así, en el
longitud Sí, entonces usted no debe obtener una erección... nah sí... Fue un
habitación increíblemente estrecha y allí nos sentamos, como el arenque en un barril, de
Sabes, mi abuela me dijo que tomara esos pankies estrechos en La Haya
tres en punto, quien dijo: «Mot alguien todavía un pleur bakkie?» Sí, de la abuela
Y entonces mi tío Jan dijo: «Un bakkie
Pleur, un bakkie, consigue un buen final en joh, hey, it
es de tres horas, es hora de inclinarse.» Así que me siento al lado de mi padre, yo
Di: «¿Qué diablos van a hacer, papá?» Él dice: «Harrie, van a ir
bebiendo.» Y mi abuela sabía que estaba bebiendo, así que eran las tazas de café
ya recogiendo, y él viene con el tío Jan, todavía lo veo sucediendo
Además, todavía lo veo sucediendo: Mi tío Jan de repente se levanta, baraja
Entre todos los Yekkersen, ese viejo cuadro de laboratorio chirriante diapositivas
ventana deslizante abierta, poner una hoja en el medio, sí, se llama una hoja aquí
La Haya, no importa lo que ponga en el medio, todo es un pedazo de madera, grano
toda la vajilla del domingo de las manos de mi abuela, mantiene dos altos
por la ventana y le dice a todos los demás Yekkersen en esa habitación: «¿Quién se ríe
paga
Así que me siento junto a mi padre, y le digo: «¿Qué va a pasar, papá?
Bueno, tío Jan que va a contar una broma, y entonces no deberías ser el primero
empieza a reír Harrie, porque entonces estás a la vez hup toda tu alcancía
perdido.» Así que decidí no reírme absolutamente, eh, porque tenía
que Lassiehond casi juntos, sí, ya tenía dos piernas y
una cola, había calculado. Así que pienso, «No me voy a reír, de ninguna manera
ni siquiera sabía inglés todavía, así que
Mi tío Jan empieza esa broma y dice: «Estoy en el
bar, bueno, adivinen dos veces, quién entra, el profesor
saber, el biólogo estudiado que sólo se inclina, se inclina y
se inclina de nuevo. De todos modos, les digo: ¿Te gusta mi todavía
Pero en realidad ya estaba sobre la colina, ya estaba rígido de
el Jan Wandelaar.» Le digo a mi padre: «¿Quién diablos es ese junto
¿Jan Walker?» Mi padre dice: «Eso es lo que el tío Jan tradujo del inglés
Esa es una marca de whisky; Johnnie Walker». Na, yo tenía nueve años, que ahora
pero vamos, gente! «De todos modos, así que le digo: «Te paras de pie
ya rígido de la Jan Wandelaar, ¿todavía tienes un doble d'r?
Jan, antes de que empiece a inclinarme, me pondré un suéter marrón primero
tejer.» Le digo a mi padre, «Ya no la entiendo, papá
¿Ese tipo va a tejer un suéter marrón?» «Mantén tu cabeza un
veces», dice mi padre, «eso es basura y sigue adelante...» «Off
dice mi tío Jan, «ese tipo vuelve de tejer suéteres marrones y
que dice: «Es increíble, Jan, lo que está pasando aquí
aquí con el caso; ahora tienen un inodoro con vasos de oro. «Él
aún no lo he dicho», dice mi tío Jan, «o se reúne
golpeado por dos arrestos, y les digo a esos tipos: «Eso es lo que están haciendo
para mí, eh, no para uno de esos gorras graduadas, caprichos
Estos tipos me dicen: «¿Qué habrías hecho?
tuba sentado vaina joh
Es una vieja broma, ¿no lo sabes?
Bueno, por suerte no entendí la broma, pero el resto de los Yekkersen sí
así que todo el mundo comenzó pppfffrrttt. Y mi tío Leo empieza a ser el primero en
El chico, y Jan que deja ir tan lejos, toda esa vajilla, digamos, él
dice: «Leo paga jeje». Y mi abuela llorando de: «Maldita sea John
¡Esa es la tercera vajilla esta semana, empleados!
pagar?» Bueno, esa fue una buena pregunta, ¿eh?
Pero Leo que se había divorciado de la tía Toos y que no tenía ni un centavo
Tuvo que pagar allimentación y, uh, ese pequeño Kareltje que consiguió
Tampoco lo consiguió, porque la tía Toos, que justo antes de la
el divorcio les dijo: «Cansado que es escuchar atentamente Leo, vamos a
Pensé en ello, pero todavía tengo la idea
que Jan tenía razón sobre la comparación de la máquina de cigarrillos
Lo siento por ti Leo, en ese momento no te tenía, pero el vecino que se rompió
Lacado d'rin

Escrita por: