Norupo
Fé vældr frænda róge
Føðesk ulfr í skóge
Úr er af illu jarne
Opt løypr ræinn á hjarne
ÞUrs vældr kvinna kvillu
Kátr værðr fár af illu
Óss er flæstra færða
Fǫr; en skalpr er sværða
Ræið kveða rossom væsta
Reginn sló sværðet bæzta
Kaun er barna bǫlvan
Bǫl gørver nán fǫlvan
Hagall er kaldastr korna
Kristr skóp hæimenn forna
Nauðr gerer næppa koste
Nøktan kælr í froste
Wunjo (runo) sigur (fahi) gan (ð) i (raginakundo)
Ís kǫllum brú bræiða
Blindan þarf at læiða
Ár er gumna góðe
Get ek at ǫrr var Fróðe
Sól er landa ljóme
Lúti ek helgum dóme
Týr er æinendr ása
Opt værðr smiðr blása
Uunia, Runo, Sigurd
Fähig ani, Regina, Gunada
Uunia, Runo, Sigurd
Fähig ani, Regina, Gunada
Bjarkan er laufgrønstr líma
Loki bar flærða tíma
Maðr er moldar auki
Mikil er græip á hauki
Lǫgr er, fællr ór fjalle
Foss; en gull ero nosser
ÝR er vetrgrønstr viða
Vænt er, er brennr, at sviða
Norupo
Fé brengt vrienden samen
Wolf wordt geboren in het bos
Uit is van slechte aarde
Vaak rent de rendier op de aarde
Jij brengt vrouwen tot rust
Vrolijk wordt het zeldzaam van kwaad
Ons is de meeste reis
Reis; maar het zwaard is zwaar
Rijdend roepen de paarden het ergste
Reginn sloeg het beste zwaard
Kaun is de kindermal
Mal maakt de nabijheid van de schaduw
Hagall is de koudste van de koren
Christus schiep de oude mensen
Nood maakt de schaarste kostbaar
Naakt is koud in de vorst
Wunjo (runo) zegt (fahi) ga (ð) in (raginakundo)
IJs noemen we de brug breed
De duisternis moet geleid worden
Vroeg is de goede van de mannen
Ik weet dat ǫrr was Fróðe
Zon is het licht van de landen
Ik buig voor de heilige uitspraak
Týr is de enige van de goden
Vaak wordt de smid geblazen
Uunia, Runo, Sigurd
Fähig ani, Regina, Gunada
Uunia, Runo, Sigurd
Fähig ani, Regina, Gunada
Bjarkan is de groenste van de bladeren
Loki droeg de tijd van de vreugde
De man is de aanvulling van de aarde
Groot is de greep op de havik
Lǫgr is, valt uit de bergen
Waterval; maar goud is de neus
ÝR is de wintergroene van de bossen
Het is mooi, als het brandt, om te branden