395px

Mamatschi, geef me een paardje

Heintje

Mamatschi Schenk' Mir Ein Pferdchen

Es war einmal ein kleines Buebchen,
das bettelte so wundersueß:
"Mamatschi, schenke mir ein Pferdchen ! -
Ein Pferdchen waer' mein Paradies."
Darauf bekam der kleine Mann
ein Schimmel-Paar aus Marzipan.
Die sieht er an. Er weint und spricht:
"Solche Pferde wollt' ich nicht."

"Mamatschi, schenk' mir ein Pferdchen !
Ein Pferdchen waer' mein Paradies.
Mamatschi, solche Pferde wollt' ich nicht."

Die Zeit verging. Der Knabe wuenschte
vom Weihnachtsmann nichts als ein Pferd.
Da kam das Christkindlein geflogen
und schenkte ihm was er begehrt.
Auf einem Tische stehen stolz
vier Pferde aus lackiertem Holz.
Die sieht er an. Er weint und spricht:
"Solche Pferde wollt' ich nicht."

"Mamatschi, schenk' mir ein Pferdchen !
Ein Pferdchen waer' mein Paradies.
Mamatschi, solche Pferde wollt' ich nicht."

Und es vergingen viele Jahre
und aus dem Knaben ward ein Mann.
Dann eines Tages vor dem Tore,
da hielt ein herrliches Gespann.
Vor einer Prunk-Kalesche standen
vier Pferde - reich geschmueckt und schoen.
Die holtem ihm sein liebes Muetterlein.
Da fiel ihm seine Jugend ein.

"Mamatschi, schenk' mir ein Pferdchen !
Ein Pferdchen waer' mein Paradies.
Mamatschi, Trauerpferde wollt' ich nicht."

Mamatschi, geef me een paardje

Er was eens een klein jongetje,
het bedelde zo schattig:
"Mamatschi, geef me een paardje! -
Een paardje zou mijn paradijs zijn."
Daarop kreeg de kleine man
een stel marsepeinen paarden.
Hij kijkt ernaar. Hij huilt en zegt:
"Zulke paarden wil ik niet."

"Mamatschi, geef me een paardje!
Een paardje zou mijn paradijs zijn.
Mamatschi, zulke paarden wil ik niet."

De tijd verstreek. De jongen wenste
van de kerstman niets dan een paard.
Toen kwam het kerstkind aangevlogen
en gaf hem wat hij verlangde.
Op een tafel staan trots
vier paarden van gelakt hout.
Hij kijkt ernaar. Hij huilt en zegt:
"Zulke paarden wil ik niet."

"Mamatschi, geef me een paardje!
Een paardje zou mijn paradijs zijn.
Mamatschi, zulke paarden wil ik niet."

En er gingen vele jaren voorbij
en van de jongen werd een man.
Toen op een dag voor de poort,
stopte een prachtig span.
Voor een pronte koets stonden
vier paarden - rijk versierd en mooi.
Die haalde zijn lieve moeder voor hem.
Toen dacht hij aan zijn jeugd.

"Mamatschi, geef me een paardje!
Een paardje zou mijn paradijs zijn.
Mamatschi, treurpaarden wil ik niet."

Escrita por: