Der Weg
Ich kann nicht mehr sehn,
trau nicht mehr meinen Augen,
kann kaum noch glauben,
die Gefühle haben sich gedreht.
Ich bin viel zu träge
um aufzugeben,
es wär auch zu früh,
weil immer was geht.
Wir waren verschworen,
wären füreinander gestorben,
haben den Regen gebogen,
uns Vertrauen geliehen.
Wir haben versucht
auf der Schussfahrt zu wenden,
nichts war zu spät,
aber vieles zu früh.
Wir haben uns geschoben
durch alle Gezeiten,
haben uns verzettelt,
uns verzweifelt geliebt.
Wir haben die Wahrheit
so gut es ging verlogen,
es war ein stück vom Himmel,
dass es dich gibt.
Du hast jeden Raum
mit Sonne geflutet,
hast jeden Verdruss
ins Gegenteil verkehrt,
nordisch nobel
deine sanftmütge Güte,
dein unbändiger Stolz,
das Leben ist nicht fair.
Den Film getanzt
in einem silbernen Raum,
vom goldenen Balkon
die Unendlichkeit bestaunt.
Heillos versunken, trunken
und alles war erlaubt,
zusammen im Zeitraffer,
Mittsommernachtstraum.
Du hast jeden Raum
mit Sonne geflutet,
hast jeden Verdruss
ins Gegenteil verkehrt,
nordisch nobel
deine sanftmütige Güte,
dein unbändiger Stolz,
das Leben ist nicht fair.
Dein sicherer Gang,
deine wahren Gedichte,
deine heitere Würde,
dein unerschütterliches Geschick.
Du hast der Fügung
deine Stirn geboten,
hast ihn nie verraten
deinen Plan vom Glück,
deinen Plan vom Glück.
Ich geh hier nicht weg,
hab meine Frist verlängert,
neue Zeitreise,
offene Welt.
Habe dich sicher
in meiner Seele,
ich trag dich bei mir
bis der Vorhang fällt,
ich trag dich bei mir
bis der Vorhang fällt.
De Weg
Ik kan niet meer zien,
vertrouw niet meer mijn ogen,
kan nauwelijks geloven,
de gevoelens zijn gedraaid.
Ik ben veel te traag
um op te geven,
het zou ook te vroeg zijn,
want er gaat altijd iets.
We waren verbonden,
zouden voor elkaar gestorven zijn,
hadden de regen gebogen,
ons vertrouwen geleend.
We hebben geprobeerd
over de afgrond te draaien,
niks was te laat,
maar veel was te vroeg.
We hebben ons voortgeduwd
door alle tijden,
hadden ons verstrikt,
verliefd in wanhoop.
We hebben de waarheid
zo goed als mogelijk gelogen,
het was een stukje van de hemel,
dat jij bestaat.
Je hebt elke ruimte
met zonlicht gevuld,
had elke ergernis
omgekeerd,
noordelijk nobel
dein zachtaardige goedheid,
jouw ongebroken trots,
het leven is niet eerlijk.
We dansten de film
in een zilveren ruimte,
vanaf het gouden balkon
de oneindigheid bewonderd.
Diep verzonken, dronken
en alles was toegestaan,
samen in tijdsversnelling,
midzomernacht droom.
Je hebt elke ruimte
met zonlicht gevuld,
had elke ergernis
omgekeerd,
noordelijk nobel
dein zachtaardige goedheid,
jouw ongebroken trots,
het leven is niet eerlijk.
Jouw zekere gang,
jouw ware gedichten,
jouw vrolijke waardigheid,
jouw onverstoorbare lot.
Je hebt het toeval
de rug toegekeerd,
had je nooit verraden
de plannen van geluk,
de plannen van geluk.
Ik ga hier niet weg,
heb mijn termijn verlengd,
neue tijdreis,
open wereld.
Heb je veilig
in mijn ziel,
ik draag je bij me
tot het doek valt,
ik draag je bij me
tot het doek valt.