De Landloper
Op de baan gaat een man
in de regen, in de wind.
En de maan boort in de nacht
waar zijn schaduw in verzwind.
Doorheen zuivere klanken
van een sterrenxylofoon
schrijft de mens zijn gestalte
als een langgerekte toon.
Daar gaat een man alleen,
en wie weet waarheen.
In de stijve burgerhuizen
zijn de schooiers ongewenst.
Achter aan de burgerhuizen
ligt de korenbloem verslenst
zonder geld en zonder weelde.
In zijn hart is er geen nijd.
Enkel met wat oude kleren
gaat hij naar de eeuwigheid.
Daar gaat een man alleen,
en wie weet waarheen.
Hij gooit plots op naar een balkon
met een zwaai en diepe lach,
die in draaiend, draaiend kolken
in zijn blik verscholen lag.
Dan, gedragen door de winden
valt hij op de aarde neer
en slaat in het voorbijgaan
enkele hoge hoofden neer.
Daar gaat een man alleen,
en wie weet waarheen.
En de dagen en de nachten
schuiven jaar na jaar voorbij.
Hij stapt voort over de wegen
van de zomer tot de mei.
Doch aan een der vele bochten
staat zijn levenssein op rood.
Het is het einde van zijn tochten
want de tijd loopt dood.
Daar gaat een man alleen,
en wie weet waarheen.
Del Vagabundo
En el camino va un hombre
bajo la lluvia, en el viento.
Y la luna perfora en la noche
donde su sombra se desvanece.
A través de sonidos puros
de un xilófono estelar
el hombre escribe su figura
como una nota alargada.
Allá va un hombre solo,
y quién sabe hacia dónde.
En las rígidas casas burguesas
los mendigos no son bienvenidos.
Detrás de las casas burguesas
yace la aciano marchita
sin dinero y sin riqueza.
En su corazón no hay envidia.
Solo con algunas ropas viejas
se dirige hacia la eternidad.
Allá va un hombre solo,
y quién sabe hacia dónde.
De repente se lanza a un balcón
con un gesto y una risa profunda,
que en giros, giros torbellinos
estaba escondida en su mirada.
Luego, llevado por los vientos
cae sobre la tierra
y golpea al pasar
algunas cabezas altas.
Allá va un hombre solo,
y quién sabe hacia dónde.
Y los días y las noches
pasan año tras año.
Él avanza por los caminos
de verano a mayo.
Pero en una de las muchas curvas
su semáforo vital se pone en rojo.
Es el final de sus viajes
porque el tiempo se agota.
Allá va un hombre solo,
y quién sabe hacia dónde.