Jerusalém Eterna
Jerusalém eterna
Em breve tu virás
Descendo como noiva ataviada
Para o seu marido
Jerusalém minha cidade
Oh, como eu anseio entrar
E andar por tuas ruas
Saudar os teus remidos
E adorar teu Rei
Jerusalém eterna
Esposa do Cordeiro
Em ti habitará Deus com os homens
Para todo o sempre
Nações virão
Para adorar
E mostrarão sua glória
Ao Filho de Davi
Ao Príncipe da Paz
Teu Rei, Jerusalém
Ao Filho de Davi
Ao Príncipe da Paz
Teu Rei, Jerusalém
Eeuwig Jeruzalem
Eeuwig Jeruzalem
Binnenkort zul je komen
Neerdalend als een bruid in haar pracht
Voor haar man
Eeuwig Jeruzalem, mijn stad
Oh, hoe verlang ik om binnen te gaan
En door jouw straten te lopen
Je verlosten te begroeten
En je Koning te aanbidden
Eeuwig Jeruzalem
Vrouw van het Lam
In jou zal God wonen met de mensen
Voor altijd
Naties zullen komen
Om te aanbidden
En zullen zijn glorie tonen
Aan de Zoon van David
Aan de Vorst van Vrede
Jouw Koning, Jeruzalem
Aan de Zoon van David
Aan de Vorst van Vrede
Jouw Koning, Jeruzalem