Dirige-me, Senhor
Dirige-me, Senhor,
Faz esta candeia iluminar,
Que a enchas com teu óleo
Para nunca apagar,
No teu tabernaculo eu te encontro,
Agora, além do véu rasgado pra mim,
Te encontrarei eternamente,
Da tarde até o amanhecer
Cuidando da candeia que é o meu ser,
Na tua presença eu quero viver.
(Repete o Louvor)
Leid me, Heer
Leid me, Heer,
Laat deze kaars stralen,
Vul hem met jouw olie
Zodat hij nooit dooft,
In jouw tabernakel vind ik je,
Nu, achter het gescheurde doek voor mij,
Zal ik je eeuwig ontmoeten,
Van de middag tot de dageraad,
Zorgend voor de kaars die mijn wezen is,
In jouw aanwezigheid wil ik leven.
(Herhaal de lofprijzing)