395px

Als Een Verhaal

Isabel Parra

Como Una Historia

(A Víctor Jara)

Son años pasados presentes en mí,
era allá en Santiago y te conocí.
Sería en el parque, yo creo que sí,
dieciocho en septiembre te veo venir.

Con paso seguro traes el color
y el campo de Chile te llena la voz.
Estudiante quieres hacer lo mejor,
tu chaqueta humilde sabe del dolor

del que llega un día de verdes montañas
y habita la pieza de una casa extraña,
no recuerdo el nombre de la población.
Con tu risa franca me siento mejor.

Será en los momentos de todo buscar
que el teatro alimenta tu sed de crear.
El canto del pueblo, la vida, el amor,
orillando el río se rompe mi voz.

Escenario humilde donde el Cuncumén
sabe que ha encontrado al fin su clavel,
cantando tonadas que saben querer
bailando la cueca hoy te vuelvo a ver.

Decía la Viola que Víctor hacía
hablar la guitarra, brotar poesía,
cantando a lo humano con el guitarrón
era joven sabio del verso mayor.

El tiempo nos pasa, nos llena de amor,
la bella Joanita te dio el corazón.
Será con tus hijas, será con Amanda
que cambie tu vida, que encuentres la calma.

Un día decides, será aquí en la Peña,
que ponga mi canto junto a mi bandera.
Son años de lucha, son años de hacer,
la patria que espera volver a nacer.

No sé cómo puedes cambiar de lugar
con tanta paciencia, tanto trabajar,
oír a los otros, cantar y enseñar,
tomarte un tecito junto a los demás.

Quien a tu guitarra le vio su razón
mordió las raíces de Nueva Canción.
Cuando el pueblo dijo canción combatiente,
te cantaba entonces, te cantará siempre.

De nuevo es septiembre, dolor que se siente,
es de madrugada, te espera la muerte.
No habrá más consuelo para este dolor.
No habrá nunca olvido por lo que pasó.

Als Een Verhaal

(Voor Víctor Jara)

Jaren zijn voorbij, maar blijven bij mij,
het was daar in Santiago, en ik leerde jou vrij.
Het zou in het park zijn, dat weet ik zeker,
achttien september, ik zie je al komen, een teken.

Met zelfverzekerde stappen breng je de kleur
en het veld van Chili vult je stem met fervor.
Als student wil je het beste doen,
je jasje, zo bescheiden, kent ook de zoete zoen.

Van wie arriveert uit groene bergen,
en woont in een kamer van vreemde zorgen,
ik herinner me de naam van de wijk niet meer.
Met jouw oprechte lach voel ik me weer.

Het zijn de momenten waarin je alles zoekt,
dat het theater je dorst naar creatie voedt.
Het lied van het volk, het leven, de liefde,
langs de rivier breekt mijn stem, zo gevoelig.

Een bescheiden podium waar de Cuncumén
weet dat hij eindelijk zijn anjer heeft gezien,
zingend de tonadas die weten te beminnen,
dansend de cueca, vandaag zie ik je weer, zo beminnend.

De Viola zei dat Víctor deed
de gitaar spreken, poëzie deed ontstaan,
zingend over het menselijke met de grote gitaar,
was hij een jonge wijze van het grote gebaar.

De tijd gaat voorbij, vult ons met liefde,
de mooie Joanita gaf je haar hart, zo zoet.
Het zal met je dochters zijn, het zal met Amanda zijn,
dat je leven verandert, dat je rust vindt, zo fijn.

Op een dag besluit je, hier in de Peña,
dat ik mijn lied laat klinken naast mijn vlag, zo sereen.
Jaren van strijd, jaren van doen,
de vaderland wacht om weer te bloeien, zo zoet.

Ik weet niet hoe je van plek kunt veranderen,
met zoveel geduld, zoveel te verhandelen,
luisteren naar anderen, zingen en onderwijzen,
met een kopje thee samen, zo te verfrissen.

Wie de reden van je gitaar zag,
beet in de wortels van de Nieuwe Lied.
Toen het volk zei, strijdlied, zo krachtig,
zong ik je toen, en zal je altijd blijven zingen, zo machtig.

September is weer, de pijn die je voelt,
het is in de vroege ochtend, de dood wacht, zo koel.
Er zal geen troost meer zijn voor deze pijn.
Er zal nooit vergeten worden wat er is gebeurd, zo schijn.

Escrita por: Isabel Parra