395px

Polo margariteño

Isabel Parra

Polo margariteño

Allá arriba en aquel cerro
donde llama el tingo-tingo
las gallinas pilan maíz,
los perros chupan cachimbo.

Yo fui marino que en una isla
de una culisa me enamoré
y en una noche de mucha brisa
en mi falucho me la robé.

La garza prisionera no canta
cual solía, cantar en el espacio
sobre el dormido mar.
Su canto entre cadenas
es canto de agonía
¿por qué te empeñas, pues, Señor,
su canto en prolongar?

Por fin vuelvo de nuevo, hogar querido,
lejos de ti cuánto fui desdichado,
lo que puede sufrir se lo he sufrido,
lo que puede llorar se lo he llorado.

Polo margariteño

Daarboven op die heuvel
waar het tingo-tingo klinkt
de kippen pikken maïs,
de honden zuigen aan hun sigaar.

Ik was een zeeman die op een eiland
voor een schone viel ik als een blok
en op een nacht met veel wind
heb ik haar in mijn boot gestolen.

De gevangen reiger zingt niet
zoals ze vroeger deed, zingen in de lucht
over de slapende zee.
Haar gezang tussen ketens
is een lied van lijden.
Waarom volhard je, Heer,
in het verlengen van haar gezang?

Eindelijk keer ik terug, geliefd thuis,
vanaf jou was ik zo ongelukkig,
wat ik kon lijden heb ik geleden,
wat ik kon huilen heb ik gehuild.

Escrita por: Popular Venezolana