395px

Ciento ochenta noches

Jaap Van de Merwe

Honderdtachtig nachten

De rechter vroeg: "Getuige, kent u de verdachte"
Wat had ik anders moeten zeggen dan: "Jawel"
Want daar zat jij, verdomde schoft
Je hebt waarachtig nog geboft
Dat uitgerekend daar ons weerzien is gebeurd
Want echt, ik zweer je, da'k je anders had verscheurd

De rechter vroeg: "Bent u familie van verdachte"
Wel, dat ontbrak me d'r precies nou nog maar aan
Oh ja, je huisde in mijn flat
Een half jaar had ik je in mijn bed
'k Heb je te vreten en mooi ondergoed gegeven
Alleen: 'Familie', nee, da's me bespaard gebleven

De rechter zei: "De waarheid, en alleen de waarheid!"
Ik heb gezworen dat ik die vertellen zou
En God, dat was ik ook van plan
Ik dacht: Nou moet-ie d'r maar an
De bigamist! Nou breekt het hem 'ns lelijk op
Poelier-van-middelbare-kippen-zonder-kop

De rechter vroeg: "U hebt verdachte leren kennen"
Ik kon niet laten om te zeggen: "Nou! en of"
Daar zat je met je dikke nek
Die ik, van God verlaten gek!,
Zo vaak met liefde en een schaar had schoongeschoren
Net als de haartjes uit je neus en uit je oren

De rechter vroeg: "Hij maakte u veel geld afhandig
Ruim dertig mille" Ik dacht: Verrek, da's ook niet niks
En heet van wraak genoot ik, dat jij in't verdachtenbankje zat
Je hand streek langs je ogen, zonder te bedoelen
Maar 't was ineens of ik hem op mijn huid kon voelen

En op de getuigenbank zaten vier vrouwen, ze keken
En ik keek terug 'k Vroeg me af, of die nou op mij leken
En stuk voor stuk schatten we, hoeveel volzalige nachten
De andere vier in jouw armen schandalig doorbrachten

De rechter vroeg: "Hij maakte u veel geld afhandig"
'k Dacht: Honderdtachtig nachten, ach, da's ook niet niks
Een halfjaar heb ik in mijn hoofd
En hart aan laat geluk geloofd
Daar moet ik verder maar op teren in mijn leven;
Als 'k ze nog had, zou 'k er weer dertig mille voor geven, waarom niet
En 'k zei hardop: "Die man heeft mij nooit iets misdreven, we zijn quitte!"

Ciento ochenta noches

El juez preguntó: 'Testigo, ¿conoce usted al acusado?'
¿Qué más podía decir que 'Sí'?
Porque allí estabas tú, maldito desgraciado
Realmente tuviste suerte
Que nuestro reencuentro haya ocurrido justo ahí
Porque de verdad, te juro que de otra forma te habría destrozado

El juez preguntó: '¿Es usted familiar del acusado?'
Bueno, eso era lo único que me faltaba
Oh sí, vivías en mi departamento
Te tuve en mi cama durante medio año
Te di comida y ropa interior bonita
Pero 'familiar', no, eso se me ha ahorrado

El juez dijo: '¡La verdad, y solo la verdad!'
Juré que la diría
Y Dios, eso era lo que planeaba
Pensé: Ahora le toca
¡El bígamo! Ahora le sale caro
Carnicero de pollos de cabeza media sin cabeza

El juez preguntó: '¿Conoció al acusado?'
No pude evitar decir: '¡Claro que sí!'
Allí estabas con tu cuello gordo
¡Que Dios me abandone!
Tantas veces te afeitaba con amor y unas tijeras
Como los pelitos de tu nariz y de tus orejas

El juez preguntó: 'Le hizo perder mucho dinero'
Más de treinta mil. Pensé: Vaya, eso no es poca cosa
Y disfruté ardientemente de la venganza, al verte en el banquillo de los acusados
Tu mano pasó por tus ojos, sin intención
Pero de repente sentí que podía sentirlo en mi piel

Y en el banquillo de testigos había cuatro mujeres, nos mirábamos
Y yo las miraba de vuelta, me preguntaba si se parecían a mí
Y cada una calculábamos cuántas noches llenas de lujuria
Las otras cuatro pasaron escandalosamente en tus brazos

El juez preguntó: 'Le hizo perder mucho dinero'
Pensé: Ciento ochenta noches, vaya, eso no es poca cosa
Durante medio año creí en la felicidad
Y en el amor
Tendré que seguir adelante en mi vida con eso;
Si las tuviera, volvería a dar treinta mil por ellas, ¿por qué no?
Y dije en voz alta: 'Ese hombre nunca me hizo nada malo, ¡estamos a mano!'

Escrita por: