Le Troubadour
Je suis un vieux troubadour
Qui a conté beaucoup d'histoires
Histoires gaies, histoires d'amour
Et sans jamais beaucoup y croire
J'ai chanté comme un grand livre
Dont chaque page était un rire
J'ai chanté la joie de vivre
En attendant celle de mourir
J'ai chanté mes belles idées
Mais lorsque je dus les dire
Ce qui en chant était léger
En paroles vous fit rire
J'ai chanté l'idéal aux enfants
Pour leur donner un peu d'espoir
En me disant qu'en le chantant
Je pourrais bien un jour y croire
J'ai chanté un chant d'amitié
Qui était fait de mon coeur
Nous le criâmes souvent en choeur
Mais j'étais seul à le chanter
J'aurais voulu lever le monde
Rien que pour lui, par bonté
J'aurais voulu lever le monde
Mais c'est le monde qui m'a couché
je suis un vieux troubadour
Qui chante encore pour chanter
Des histoires, histoires d'amour
Pour faire croire qu'il est gai
Un troubadour désenchanté
Qui par une habitude vaine
Chante encore l'amitié
Pour ne pas chanter la haine
De Troubadour
Ik ben een oude troubadour
Die veel verhalen heeft verteld
Vrolijke verhalen, liefdesverhalen
En zonder ooit echt te geloven
Ik heb gezongen als een groot boek
Waarvan elke pagina een lach was
Ik heb de vreugde van het leven gezongen
In afwachting van de dood
Ik heb mijn mooie ideeën gezongen
Maar toen ik ze moest uitspreken
Wat in het zingen licht was
Maakte je in woorden aan het lachen
Ik heb het ideaal aan de kinderen gezongen
Om ze een beetje hoop te geven
In de gedachte dat door het te zingen
Ik er misschien ooit in zou geloven
Ik heb een lied van vriendschap gezongen
Dat uit mijn hart kwam
We schreeuwden het vaak samen
Maar ik was de enige die het zong
Ik had de wereld willen optillen
Slechts uit goedheid voor hem
Ik had de wereld willen optillen
Maar het was de wereld die me neerlegde
Ik ben een oude troubadour
Die nog steeds zingt om te zingen
Verhalen, liefdesverhalen
Om te doen geloven dat hij blij is
Een gedesillusioneerde troubadour
Die door een nutteloze gewoonte
Nog steeds vriendschap zingt
Om de haat niet te zingen
Escrita por: Jacques Brel