Loebeke
Ze liepen trouw hun eindje om tegen 't einde van de dag
Zelfs zonder wind kon je ze ruiken, lang voor je ze zag
Loebeke en z'n hond, Loebekezenond
Ze hadden niet te veel zo voor hun twee, maar toch ze kwamen rond
Met eten dat korrekt verdeeld uit hondevoer bestond
Voor Loebeke en voor z'n hond, Loebekezenond
Als je gedag zei of wat vroeg, antwoordden ze niet
Ze gromden maar wat voor zich uit, zodat je ze maar liet
Loebeke en z'n hond, Loebekezenond
Ze werden op de lange duur bekend als slechte munt
Ik denk omdat het houden van luizen werd misgund
Aan Loebeke en aan z'n hond, Loebekezenond
De slager die erg netjes was deed op een kwade dag
Arsenicum in 't hondevoer en dit omdat ie dacht
Hij draagt ziektekiemen rond, Loebekezenond
Zo aten ze hun galgemaal, ze gingen samen dood
Ze stierven arm in arm, of liever poot in poot
Ach Heer, geef toch uw eeuwige rust, uw eeuwig licht terstond
Aan Loebeke en aan z'n hond, Loebekezenond
Loebeke
Caminaban fielmente al final del día
Incluso sin viento, podías olerlos mucho antes de verlos
Loebeke y su perro, Loebekezenond
No tenían mucho para los dos, pero aún así salían adelante
Con comida equitativamente distribuida de comida para perros
Para Loebeke y su perro, Loebekezenond
Si les decías hola o preguntabas algo, no respondían
Gruñían entre dientes, así que mejor los dejabas
Loebeke y su perro, Loebekezenond
Con el tiempo se hicieron conocidos como mala suerte
Creo que fue porque no les permitieron tener piojos
A Loebeke y a su perro, Loebekezenond
El carnicero muy pulcro un día malvado
Puso arsénico en la comida del perro porque pensó
Que llevaban gérmenes, Loebekezenond
Así que comieron su última comida juntos, murieron juntos
Fallecieron brazo a brazo, o mejor dicho, pata con pata
Oh Señor, otorga tu eterno descanso, tu luz eterna de inmediato
A Loebeke y a su perro, Loebekezenond