Bedstee Aan Het IJ
Als ik Amsterdam ruik zijn het niet al die auto's
Gooi daarmee voor mijn part de Waterweg dicht
Als ik Amsterdam ruik is 't het grachtenaroma
Daar rollen de tranen van langs mijn gezicht
Als ik van Amsterdam droom zie 'k een gracht in de regen
En geen Bijlmermeer en ook geen nieuw stadhuis
Amsterdam is voor mij een gezellige bedstee
Daar voelt heel de wereld zich hartstikke thuis
Als alles, wat bank heet, vannacht hier nog platbrandt
En Schiphol verhuist met zijn herrie naar Cadzand
En heel Prinsenhof vliegt met inhoud naar Lapland
Dan is Amsterdam nog altijd Amsterdam
Het wordt pas erg als er niemand meer slaapt op De Dam
Er staat langs 't IJ een warme bedstee
Bruin van eikenhout
Met rooie wolle deken
Daar kraakt het zacht
De hele nacht
Ontroerend levensteken
Daar slapen wij zoet in die bedstee
Luisterrijk en oud
Daar tikt een koperen wekker
Oost west, thuis best
In 't veilig nest
Daar kroel je lekker
De houten wand met honderdduizend harten met een pijl
Vertelt van liefde, hier bedreven
Liefde voor het leven, liefde voor maar even
Soms ben je 'r in de saaie schemer met je lijf alleen
Maar dan opeens voel je ze aaien, kleine handjes langs je heen
Van dit, van dat, Kabouterstad
Maar ik voor mij, droom in die bedstee dat je van me houdt
En mij daar fijn komt warmen
't Gebeurt me vaak
Als ik ontwaak
Dan lig 'k al in je armen, jij met mij
In die warme eiken bedstee langs 't IJ
Als ik zeg 'Amsterdam', zie ik heus niet Samkalden
Maar wel ouwe zeurpieten in een cafe
En ook niet al die stinkende industrielen
Die spoel ik met groot plezier door de wc
Als ik Mokum zeg, zal 't geen politiekapel zijn
Maar 't is Tante Leen of een straatpierement
Of een troep demonstranten, die leuzen uitschreeuwen
Dat is waar een mens Amsterdam aan herkent
Er staat langs 't IJ een bedstee, plaats voor elke leuke gast
Daar wordt wat afgegiecheld
En op de plank een voorraad drank
Natuurlijk van Carmiggelt
Daar voelen wij ons witte muizen in de keukenkast
Met geen gevoel voor orde
Wie heeft ook zin
Kom er maar in
Met kans om high te worden
Kom er bij
In die warme, eiken bedstee langs 't IJ
Cama junto al IJ
Cuando huelo Ámsterdam, no son todos esos autos
Que los tiren al Waterweg por mí
Cuando huelo Ámsterdam, es el aroma de los canales
Las lágrimas ruedan por mi rostro
Cuando sueño con Ámsterdam, veo un canal bajo la lluvia
No veo Bijlmermeer ni el nuevo ayuntamiento
Ámsterdam para mí es como una acogedora cama
Donde todo el mundo se siente como en casa
Si todo lo que se llama banco se incendia esta noche
Y Schiphol se muda con su ruido a Cadzand
Y todo Prinsenhof vuela con su contenido a Laponia
Ámsterdam seguirá siendo Ámsterdam
Lo malo sería si nadie más durmiera en la Plaza Dam
Hay una cálida cama junto al IJ
De madera de roble
Con una manta de lana roja
Donde cruje suavemente
Toda la noche
Un conmovedor signo de vida
Dormimos dulcemente en esa cama
Espléndida y antigua
Allí suena un despertador de cobre
Este es el mejor lugar
En el nido seguro
Donde te acurrucas a gusto
La pared de madera con cien mil corazones con una flecha
Habla de amor, amor practicado aquí
Amor por la vida, amor pasajero
A veces estás solo en la aburrida penumbra con tu cuerpo
Pero de repente sientes caricias, pequeñas manos a tu alrededor
De esto, de aquello, Ciudad de los Gnomos
Pero yo sueño en esa cama que me amas
Y vienes a calentarme
A menudo me sucede
Cuando despierto
Ya estoy en tus brazos, tú conmigo
En esa cálida cama de roble junto al IJ
Cuando digo 'Ámsterdam', no veo a Samkalden
Pero sí a viejos quejicas en un café
Y tampoco a todos esos industriales malolientes
A esos los mando con gusto por el retrete
Cuando digo Mokum, no será una banda política
Sino Tante Leen o un órgano callejero
O un grupo de manifestantes gritando consignas
Así es como uno reconoce a Ámsterdam
Hay una cama junto al IJ, lugar para cada invitado divertido
Donde se susurra mucho
Y en la repisa hay una reserva de bebidas
Por supuesto de Carmiggelt
Nos sentimos como ratones blancos en la despensa
Sin sentido del orden
¿Quién más quiere venir?
Adelante
Con posibilidades de ponernos alegres
Únete
En esa cálida cama de roble junto al IJ
Escrita por: Jaap Van De Merwe