395px

Melancolía de él

Jenny Arean

Mesjoche van hem

Met achter mij Jerusalem, dacht ik alleen aan hem, in de avond
Ik wandelde de lichten langs en zag de sterren van de oude stad
Als tranen uit de muur geklaagd, waar ik om hem gejammerd had
Verdwaald zonder hem, verdwaald zonder hem
Ik zag, hoe mijn het land ook was, alleen maar zand en as
Mesjoche van hem, mesjoche van hem

Uit dorre dalen klonken echo's van liederen die eeuwig klagen
Daar bovenuit, 't verst gedragen, mijn fluist'ren van zijn naam
Bij elke stap dacht ik aan hem, niet een keer aan Jerusalem
Zo loos zonder hem, boos zonder hem
Ze zeiden dat een zuil in de woestijn nog ongebroken gaaf moest zijn

Ik stootte daarom stiekem, stom, alsnog de trots van Babel om
Puin en een vrouw in duigen, weten precies wat verlangen is
En zonder liefde elk gebouw niet veilig maar gevangen is
Ik blies expres en slechtte zo, de muur van Jericho
Mesjoche van hem, mesjoche van hem

M'n hele leven lang me niet zo ziels alleen gevoeld
Als daar in Israel, door heimwee overmand
Want zelfs 't mooiste land blijkt enkel stof en zand
Een jammer misverstand, zonder lief
Met achter mij Jerusalem, dacht ik alleen aan hem, in de avond
Ik wandelde de sterren langs en zag de lichten van de oude stad
Als tranen uit de muur geklaagd, waar ik om hem gejammerd had
Verdwaald zonder hem, verdwaald zonder hem

De zoutpilaren vrouw van Lot, verliet Jerusalem
Bestelde af, 't ezeltje, geboekt voor Bethlehem
En ging met koffer om een stal te voet naar Doetinchem
Mesjoche van hem, mesjoche van hem

Melancolía de él

Con Jerusalén detrás de mí, solo pensaba en él, en la noche
Caminaba por las luces y veía las estrellas de la ciudad antigua
Como lágrimas que se quejaban desde el muro, donde había llorado por él
Perdida sin él, perdida sin él
Vi cómo mi tierra era solo arena y cenizas
Melancolía de él, melancolía de él

Desde valles áridos resonaban ecos de canciones que eternamente lamentaban
Sobre todo eso, lo más lejano, mi susurro de su nombre
En cada paso pensaba en él, no una vez en Jerusalén
Tan vacía sin él, enojada sin él
Decían que una columna en el desierto debía permanecer intacta

Por eso, de manera furtiva y tonta, derribé la soberbia de Babel
Escombros y una mujer hecha añicos, saben exactamente qué es anhelar
Y sin amor, cada edificio no es seguro sino prisionero
Soplé a propósito y derribé así, el muro de Jericó
Melancolía de él, melancolía de él

Nunca en mi vida me sentí tan sola en el alma
Como allí en Israel, abrumada por la nostalgia
Porque incluso la tierra más hermosa resulta ser solo polvo y arena
Un triste malentendido, sin amor
Con Jerusalén detrás de mí, solo pensaba en él, en la noche
Caminaba entre las estrellas y veía las luces de la ciudad antigua
Como lágrimas que se quejaban desde el muro, donde había llorado por él
Perdida sin él, perdida sin él

La mujer de Lot convertida en estatua de sal, dejó Jerusalén
Canceló el burrito, reservó para Belén
Y con maleta en mano, caminó hacia un establo en Doetinchem
Melancolía de él, melancolía de él

Escrita por: