Pagode do Chifrudo
Das muié que são casada
Nóis num mexe e nem farseia
Nóis respeita os marido
Pra não levá chumbo nas oreia
Mas se elas pula a cerca
Pode ser que nóis proseia
Nóis vai com muito jeitinho
Dá uns três beijinho e depois vorteia
Não gosto da minha sogra
Ela só me faz pirraça
Se mete na minha vida, porque sou doido pela cachaça
Mas hoje eu tô rindo à toa
Ela caiu em desgraça
Num tombo sobrô dois dente
Um pra doer e um pra abrir garrafa
As muié que não qué homi
É um sapatão furado
Pra essas nóis fexa o zóio
Nóis corta a vorta e dexa de lado
Homi que não qué muié
Bato de laço dobrado
Muié é o que nóis mais gosta
Homi que num gosta é porque é viado
Arrumei uma namorada
Que me faz ficá contente
Ela me deixa doidinho
É no escurinho é que fica quente
Mas de um tempo pra cá
tô ficando impaciente
Ela viro um chulé
Parece xicrete no pé da gente
Sou amigo de um sujeito
Que é uma coisa medonha
Em casa tem muito sócio
A mulher dele é sem vergonha
O pobre do infeliz com tanto chifre nem sonha
Ele quem dibuia o milho e os amigo come a pamonha
Esse amigo chifrudinho é o sujeitinho que eu tenho dó
Ele até que eu respeito, mas ela é só no caximbocó
Pagode van de Hoer
Van de vrouwen die getrouwd zijn
Daar bemoeien wij ons niet mee en doen we niet moeilijk
Wij respecteren de mannen
Om geen kogels in onze oren te krijgen
Maar als zij vreemdgaan
Kan het zijn dat wij een praatje maken
Wij gaan met veel voorzichtigheid
Geven een paar zoentjes en draaien dan weer om
Ik houd niet van mijn schoonmoeder
Ze maakt me alleen maar het leven zuur
Ze bemoeit zich met mijn leven, omdat ik gek ben op de drank
Maar vandaag lach ik om niets
Ze is in de problemen gekomen
Bij een val heeft ze twee tanden verloren
Eén om te pijnigen en één om een fles te openen
De vrouwen die geen mannen willen
Zijn gewoon een kapotte lesbo
Voor hen sluiten wij onze ogen
Snijden de weg af en laten ze links liggen
Een man die geen vrouw wil
Krijgt van mij een dubbele klap
Vrouwen zijn waar wij het meest van houden
Een man die dat niet wil, is gewoon een homo
Ik heb een vriendin gevonden
Die me blij maakt
Ze maakt me helemaal gek
In het donker wordt het heet
Maar de laatste tijd
Word ik ongeduldig
Ze is als een stinkvoet geworden
Lijkt wel een vieze sok aan onze voeten
Ik ben bevriend met een kerel
Die is echt een enge vent
Thuis heeft hij veel partners
Zijn vrouw is zonder schaamte
Die arme man, met zoveel hoorns, droomt er niet eens van
Hij die de maïs zaait en zijn vrienden eten de tamale
Die vriend met de hoorns is de man waar ik medelijden mee heb
Ik respecteer hem wel, maar zij is alleen maar een schande