Het Zal Spoedig Kerstmis Zijn
Het is donker, door de straten jaagt een ijzig koude wind
Gaan een man en vrouw gelaten, zij verwacht haar eerste kind
Door hun oude, dunne kleren priemt de winter vol venijn
En een kerkklok laat zich horen
Het zal spoedig Kerstmis zijn
In de verte schijnt een lichtje, 't zijn de lampen van een kroeg
Bij de vrouw meldt zich het wichtje, heeft zij nog wel tijd genoeg
Ach, wat moet de man beginnen, bij z'n vrouw begint de pijn
En vol schroom gaan zij naar binnen
Het zal spoedig Kerstmis zijn
Doch de waard zegt wat humeurig: "Man, ik heb hier geen hotel
Zomaar om een bed te vragen, God, wat denken jullie wel?"
Maar dan kijkt hij naar 't vrouwtje, vindt zichzelf dan niet zo fijn
Denkt: Ik zal haar moeten helpen
Het zal spoedig Kerstmis zijn
Op wat lompen in een schuurtje, haast te slecht nog voor een dier
Ligt een pasgeboren kindje, in de stank van rum en bier
Plotseling luiden alle klokken, en de waard geeft brood en wijn
Peinsend zegt hij tot de ouders:
"Het moet nu toch Kerstmis zijn"
Pronto será Navidad
Es oscuro, por las calles sopla un viento frío y helado
Un hombre y una mujer caminan, ella espera su primer hijo
A través de sus viejas y delgadas ropas se cuela el invierno lleno de veneno
Y una campana de iglesia se hace oír
Pronto será Navidad
A lo lejos brilla una lucecita, son las luces de un bar
La mujer siente que el momento se acerca, ¿tendrá suficiente tiempo?
Oh, ¿qué debe hacer el hombre, cuando el dolor comienza en su esposa?
Y con timidez entran
Pronto será Navidad
Pero el posadero dice un poco malhumorado: "Hombre, no tengo aquí un hotel
Solo para pedir una cama, ¡Dios, qué se creen ustedes!"
Pero luego mira a la mujer, no se siente tan bien consigo mismo
Piensa: Debo ayudarla
Pronto será Navidad
En harapos en un cobertizo, apenas adecuado ni siquiera para un animal
Yace un recién nacido, en el hedor a ron y cerveza
De repente todas las campanas suenan, y el posadero ofrece pan y vino
Reflexionando les dice a los padres:
"Debe ser Navidad ya"