Zoals Ik Eenmaal Beminde
Zoals ik eenmaal beminde
zo mind' er op aarde nooit een,
maar ik vond, tot wien ik mij wendde,
slechts harten van ijs en van steen.
En sombere, bittere liedren
zijn aan mijn lippen ontgleên;
zo somber en bitter als ik zong,
zo zong er op aarde nooit een.
Verveeld heeft mij eindlijk dat haten,
dat eeuwig gezang en geween.
Ik zweeg, en zoals ik nu zwijg
zo zweeg er op aarde nooit een
Como una vez amé
Como una vez amé
nunca hubo en la tierra otro igual,
pero encontré, a quien me dirigí,
solo corazones de hielo y de piedra.
Y sombrías, amargas canciones
se escaparon de mis labios;
tan sombrío y amargo como canté,
nunca cantó nadie en la tierra.
Finalmente me aburrió odiar,
esa eterna canción y lamento.
Callé, y como ahora callo,
nunca calló nadie en la tierra.